Paulytrauma's profilePaulytrauma's blogBlogLists Tools Help

Blog


    H.

     
    Luchtvaartmaatschappijen kennen allerlei bonussen toe aan mensen die regelmatig vliegen. Als "frequent flyer" krijg je dan air-miles die je bij de volgende vlucht recht geven op korting, extra beenruimte en champagne. Bij de dienst 100 hebben we ook onze "frequent flyers". Het enige verschil is dat ze bij ons geen champagne krijgen tijdens hun overbrenging naar het ziekenhuis. Op zich is dit geen enkel probleem, want onze "frequent flyers" zijn toch altijd al stomdronken.
     
    Zo hadden we vorige nacht de meest beruchte patiënt die bij de Gentse dienst 100 gekend is. Ik zal hem "H." noemen, want om deontologische redenen kan ik in dit blog uiteraard geen namen prijsgeven. H. is werkelijk een begrip bij de hulpverleners van de Gentse dienst 100. Hij is de absolute recordhouder voor wat betreft het aantal keer dat hij al door een 100-wagen vervoerd werd. Hij wordt al jaren lang minstens twee keer per week vervoerd. 
     
    Vorige week nog belde hij tijdens mijn dienst vanuit een telefooncel aan het St.-Pietersstation. Vanop onze standplaats rijden we ongeveer 6 minuten tot aan de voorkant van het station, maar we waren te laat. Hij was al gaan lopen. De spoorwegpolitie had hem echter herkend. "Menier", zei één van de agenten tegen mij met opgegeven vinger, "wij hebben n'n dossier over die gast, de dikte van d'n telefongboek". Later die dag heeft een andere ziekenwagen een nieuwe oproep gekregen voor hem, en hem naar het UZ gevoerd.
     
    H. is niet alleen recordhouder voor wat betreft het hoogste aantal oproepen, maar ook voor zijn legendarisch alcoholverbruik. Ze hebben hem ooit eens binnengebracht op de spoed van Jan Palfijn met maar liefst 7 promille alcohol. De dokters konden hun ogen niet geloven toen ze de labo-resultaten terugkregen. Zo'n promillage hadden ze nog nooit gezien. H. drinkt van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Naar verluid is het al meer dan tien jaar geleden dat hij nog eens nuchter was. Door zijn alcoholmisruik is H. ook extreem agressief. Toen ik hem voor het eerst vervoerde waarschuwde mijn collega mij: "wees voorzichtig, want die kerel is echt gevaarlijk".  Recent was er echter een spoed-arts die zijn agressie relativeerde: "Eigenlijk moet je niet bang zijn van hem", zei hij. "Als je je bedreigd voelt geef je hem gewoonweg één goeie vuistslag in zijn lever, en dan bloedt hij vast en zeker onmiddellijk dood". 
     
    Vorige nacht hadden we dus weer prijs. We hadden net iemand binnen gebracht in St-Lucas, toen de dienst 100 ons naar de Zuidstationstraat stuurde voor een "bewusteloze op straat". Ter plaatse aangekomen herkenden we hem meteen aan de vele piercings die hij in zijn oor heeft. Mijn collega zei zuchtend: "allé, zunne, 't is H. weer ..."
     
    Ik maakte bij mezelf de bedenking dat hij deze keer nog leefde. Het is gewoon een kwestie van afwachten tot we hem eens ergens dood aantreffen.
     
     
     
     
     

    Zware jongens

     
    Eén van de leuke dingen aan het beroep van ambulancier is dat je op allerlei plaatsen komt waar gewone mensen normaal gezien niet komen. In de loop van het afgelopen jaar ben ik bij voorbeeld een paar keer in de gevangenis geweest.
     
    De eerste oproep was naar aanleiding van het feit dat een gedetineerde een voet gebroken had tijdens het sporten. De veiligheidsmaatregelen die dan genomen worden zijn ronduit indrukwekkend. We worden begeleid door de cipiers tot in de cel van de gevange. Terwijl we binnen zijn wordt onze ambulance in het oog gehouden door zwaar bewapende agenten van de lokale politie. Wat ook opvallend is aan oproepen vanuit de gevangenis, is dat de politie de volledige spoedopname van het ziekenhuis bewaakt, vooraleer we daar aankomen. De spoedopname lijkt dan eventjes op een scene uit een oorlogsfilm. In de inkomhal, de verbindingshallen en de opnamezaal staan telkens agenten met kogelvrije vesten en machinegeweren. Om naar de spoedopname te rijden worden we ook begeleid door een politie-escorte. Alle kruispunten op de weg van de gevangenis naar het ziekenhuis worden vooraf volledig afgezet door de lokale politie. De organisatie achter zo'n gevangenetransport is werkelijk indrukwekkend.
     
    Wat ik wel grappig vond, was het feit dat men de gevangene met zijn gebroken voet vastboeide op onze brancard. Ik zei lakoniek tegen de agenten die met ons meereden dat hij met zijn gebroken voet eigenlijk niet in staat was om weg te lopen, waarop één van de wetsdienaars mij prompt antwoordde: "jaja, allemaal goed en wel, maar reglement is reglement".
     
    De tweede oproep was naar aanleiding van een zelfmoordpoging van een gedetineerde. De man in kwestie zat vast voor het dealen van drugs. Hij had geprobeerd zijn polsen open te snijden. Eén van de cipiers had dit echter opgemerkt en prompt groot alarm geslagen. Vanuit het hulpcentrum 100 werden we samen met de MUG van het universitair ziekenhuis ter plaatse gestuurd. De lokale politie mobiliseerde meteen een legertje agenten voor de bewaking van de spoedopname en de escorte van die ziekenwagen. Amper drie kwartier na de oproep reed een konvooi prioritaire voertuigen van de Nieuwe Wandeling naar het ziekenhuis Jan Palfijn.
     
    Ik zat achteraan in de ziekenwagen, bij de patiënt, samen met de MUG-arts, de verpleegkundige en een politieman. De dokter maakte plots een enorm cynische bedenking. Ze keek naar de agent in kogelvrije vest en zei:  "zie mij hier nu zitten, als ze hier straks beginnen te schieten, zit ik hier wel in mijn OP-shortje!"
     
           
     
     

    Alternatieve DGH-technieken

     
    Men zegt wel eens dat je nooit te oud bent om te leren. Dat is zeker het geval voor de ambulancesector. Als je er een beetje voor open staat kan je bijna dagelijks dingen leren uit de creativiteit van je collega's. Echt waar!
     
    Na meer dan elf jaar actief te zijn in de dringende medische hulpverlening ben ik er achter gekomen dat er zoiets bestaat als "alternatieve ambulancierstechnieken". Als enthousiast blogger vind ik het dan ook mijn plicht om deze praktische knepen van het vak te inventariseren.
     
    Neem nu als voorbeeld een oproep voor iemand die een bloedneus opgelopen heeft. Niets is zo vervelend voor de ambulanciers als het feit dat zo'n patiënt dan met zijn bebloede handen allerlei zaken aanraakt in de ziekenwagen. Ik denk bij voorbeeld aan de leuningen van het zeteltje, de handvaten die men kan vastnemen bij het instappen, en noem maar op. Om nog maar te zwijgen van ons uniform. Vandaag ben ik erachter gekomen dat er een alternatieve techniek bestaat om hier een oplossing te bieden. 't Is eigenlijk poepsimpel: je laat de patiënt twee plastic handschoenen aantrekken voor hij instapt.
     
    Een ander voorbeeld van een alternatieve techniek is de manier waarop sommige van mijn collega's een nierbekkentje geven aan dronken patiënten die moeten overgeven. Ze duwen het nierbekkentje namelijk gewoon in het gezicht van de patiënt, waardoor deze echt alles doet wat hij kan om niet over te geven.
     
    Een andere collega van mij vond ik enkele weken geleden ook schitterend. We moesten een oud dametje naar het ziekenhuis brengen. Ze kon eigenlijk zittend vervoerd kon worden, maar ... we kwamen plots tot de conclusie dat ons opstapbankje voor oude-dametjes-die-eigenlijk-nog-kunnen-zitten verdwenen was. Wat deed mijn collega? Hij nam de interventiekoffer, en plaatste die op de grond, vlak voor de schuifdeur, zodat het oude dametje makkelijk kon instappen. Detail: zo'n koffer kost leeg 20.000 BEF. Geeft het niet?
     
    En dan is er tenslotte nog de klassieker in verband met het openknippen van de kledij van een reanimatie-patiënt: bij regenachtig weer bestaat de truuk erin om de kledij van de patiënt zodanig open te knippen dat je met je knieën droog zit tijdens de reanimatie.

    Echtelijke ruzie

     
    Vandaag een leuk oproepje gehad voor een echtlijke ruzie tussen twee moslims.
     
    De lokale politie vroeg twee ziekenwagens, wat op zich ongebruikelijk is. Bij de dienst 100 hebben we namelijk de gewoonte om enkel voor zwaar gewonden telkens aparte ziekenwagens in te zetten. Echtelijke ruzies kunnen wel eens uit de hand lopen, waardoor mensen gewond raken, maar die zijn zelden zwaar gewond, dus kunnen alle slachtoffers gerust in één enkele tuutie-taatie. Voor het incident van deze middag vroegen ze dus twee ziekenwagens. Dit was dus niet omdat ze zwaar gewond waren, maar gewoon omdat de politie er niet in slaagde hen uit elkaar te houden. De wetsdienaars vreesden ervoor dat de ambulance het niet zou overleven en vroegen dus twee aparte voertuigen.
     
    Ter plaatse aangekomen bleek meneer zijn echtgenote met bakstenen gestenigd te hebben. Blijkbaar komt dit ietwat verouderd gebruik ook in de Koran voor (ik dacht dat dit enkel in de Bijbel stond). Mevrouw had zich van haar kant verdedigd door haar echtgenoot eens deftig met de koevoet te bewerken.
     
    Onze verbazing was echter het grootst toen mijn collega naar de man stapte. Deze zei meteen: "Ja, kijk maar naar mij, hé. Ik heb hulp nodig. Zij niet. Naar haar moet je niet kijken. Ze bloedt niet eens". Mijn collega probeerde met alle diplomatie van de wereld uit te leggen dat we alle slachtoffers helpen. Veel gehoor kreeg hij niet, want van zodra hij in de ziekenwagen lag was hij heel druk bezig met zijn GSM naar zijn advokaat aan het bellen.
     
     

    Bakvisjes met brommerkes

     
    Gisterenavond hadden we een oproepje voor een "bromfieters aangereden door voertuig". Het bleek om een 17-jarig meisje te gaan. Haar verwondingen vielen mee, dus "schepten" we haar rustig op om ze naar de spoedgevallen te brengen. (Voor de leken: "opscheppen" betekent met behulp van een schepbrancard optillen. Een schepbrancard is een soort metalen frame dat in de lengterichting geopend kan worden, en waar je iemand mee kan opscheppen zonder dat je ze van positie moet veranderen).
     
    Plots kwam er een nogal hysterische tienermeid aangelopen. Het bleek een vriendinnetje te zijn van ons slachtoffer. Uiteraard was ze serieus onder de indruk van het ongeval. Geduldig als we zijn lieten we het vriendinnetje even instappen in de ambulance, zodat ze gerustgesteld kon worden dat het  niet erg was. (En voor wie nu "ja, ja, ..." zit te denken zal ik het maar toegeven: ze had een mooi snoetje,...)
     
    Het vriendinnetje vroeg naar welk ziekenhuis we zouden rijden en zei dat ze ons zou volgen. Nu zijn we niet alleen geduldig met 17-jarige meisjes, we hebben ook verantwoordelijkheidszin. Ik zei haar dat we het niet zo'n goed idee vinden om ons te willen volgen. Ze beloofde mij dat ze "geen gekke toeren zou uithalen met haar brommer". Voor mij was dat voldoende, dus kroop ik achter het stuur van onze ziekenwagen. Net toen ik vertrok schoot het vriendinnetje met haar tweewieler vlak voor mijn neus. Ze gaf volle gas richting ziekenhuis. Ik besloot om haar te volgen, maar na ongeveer vijf minuten rijden was ik haar al kwijt. Die brommertjes schieten zich gewoon door het verkeer, en zelfs met een prioritair voertuig kan je ze niet bijhouden. "Ik ga zeker geen gekke toeren doen", had ze gezegd ... Ik vroeg me af wat ze zou gedaan hebben moesten we haar niet laten beloven hebben kalm te rijden.