Paulytrauma's profilePaulytrauma's blogBlogLists Tools Help

Blog


    Opgepast, of ge krijgt nen trok !

     
    Wie bij ons voltijds werkt als ambulancier heeft zowat maandelijks iets wat we dan "de rit van de maand" noemen. Meestal gaat het dan om één of andere absurde situatie, waarvan je bij jezelf de bedenking maakt dat het ongeloofelijk is. Daarnaast hebben we ook nog "den dzjoef van de week". Dit gaat dan steeds om slachtoffers van vechtpartijen.
     
    De rit van de maand gaat deze keer naar een gekende patiënt, die ik in mijn verhaaltje Oscar ga noemen. Hij doet ons altijd wat denken aan Firmin Crets, den bokseur, het typetje van Chris Van den Durpel. Oscar praat namelijk op identiek dezelfde manier. Deze keer kwam de oproep voor Oscar binnen als "persoon die gestruikeld is over een borduursteen op de wekelijkse zondagsmarkt in Ledeberg". Ter plaatse aangekomen bogen mijn collega en ik ons over het slachtoffer, die ons onmiddellijk waarschuwde: "opassen, hé, moatje, of ge krijgt nen trok!" Hij balde zijn vuisten en sloot één van beide ogen, alsof hij ging mikken om een keiharde vuistslag toe te dienen. Mijn collega deed spontaan een stap achteruit, waarbij ik mij afvroeg of hij dit nu deed omwille van het risico "nen trok" te krijgen van Oscar, of omwille van de alcoholwalm boven Oscars gezicht. Ik zei hem dat we gekomen waren om hem te helpen, waarop hij onmiddellijk in plat Gents repliceerde: "'t kan mij nie schele, ge goat toch nen trok krijge".
     
    Op dat moment is het bijzonder moeilijk om niet in een schaterende lach te schieten. Normaal laten we dit soort situaties dan afhandelen door de politie, maar in het geval van Oscar vonden we dat we onze plicht moesten vervullen. We brachten hem met veel diplomatie aan boord van onze ziekenwagen, en reden richting universitair ziekenhuis. Daar aangekomen kreeg de verpleegkundige aan wie Oscar toegewezen werd onmiddellijk dezelfde waarschuwing: "nie mé mijn voete rammelen, zunne moatje, of ge krijgt hier sebiet nen trok ..." Terwijl hij dit zei balde hij opnieuw zijn vuisten, en moesten wij ons opnieuw omdraaien om niet in een lach te schieten. De verpleger keek ons verwonderd aan, met een gezicht dat boekdelen sprak. Terwijl we aan de balie de administratieve gegevens van onze patiënt doorgaven kwam de verpleger tot bij ons met de vraag: "waar hebt ge den dienen vandaan gehaald?"
     
    Ik ben er rostvast van overtuigd dat Oscar geen vlieg kwaad zou doen. Hij roept naar iedereen die hem benadert dat hij rake klappen zal uitdelen, maar volgens mij heeft hij nog nooit niemand iets misdaan. Het enige probleem met Oscar is dat hij veel te veel pintjes drinkt, en dan voelt hij zich duizend man sterk.
     
    We leefden wel mee met de arts-stagiair die in het UZ de moeilijke opdracht kreeg om zijn hoofdwonde te verzorgen.

                             taxi

    Ken uw patienten

     
    Soms komt het er op aan uw patiënten te kennen.
     
    Neem nu deze week. Op een bepaalde dag worden we omstreeks 07u00 opgeroepen voor een druggebruiker, die zijn buurman gevraagd om de dienst 100 te bellen omdat hij wou opgenomen worden in het ziekenhuis. Toen we enkele minuten later ter plaatse aankwamen bleek dat die man zich naar alle waarschijnlijkheid bedacht had, want hij had via het achterraampje van zijn studio het hazepad gekozen.
     
    Anderhalf uur later kregen we een tweede oproep in diezelfde buurt. Enkele straten verder had een apotheker in paniek naar het nummer 101 van de politie gebeld. Er stond een verdachte man in zijn apotheek die naar medicatie vroeg. De apotheker had een vermoeden dat het om een druggebruiker ging en meteen in alle discretie de politie gewaarschuwd. De typische redenering van de politie gaat dan als volgt. Punt 1: iemand belt naar een noodnummer. Punt 2: er is tot nu toe geen enkel strafbaar feit gebeurd. Punt 3: er is sprake van iemand die naar medicatie vraagt. Logische afleiding uit punt 3: wie naar medicatie vraagt is ziek. Conclusie: men heeft een noodnummer gebeld in verband met een zieke, dus is dit een opdracht voor de dienst 100. Zodoende worden wij daar naartoe gestuurd. Ik zweer u: vroeg of laat gaan we op die manier eens als eerste bij een gewapende bankoverval komen...
     
    Ter plaatse aangekomen bij die apotheker was de vogel eveneens gaan vliegen. Toen de druggebruiker hoorde dat er gebeld werd naar de politie was hij gaan lopen. We vroegen aan die apotheker een persoonsbeschrijving te geven. Het ging om een ietwat onverzorgde man in jeans, met piercings door de beide oren. Mijn collega en ik keken even naar elkaar, en we dachten net hetzelfde. We stapten terug naar onze ziekenwagen en reden naar het adres van die eerste nutteloze oproep, twee straten verder. En wie zagen we daar lopen? Juist: een ietwat onverzorgde man in jeans met piercings in beide oren. Na een kort gesprek wisten we hem te overtuigen om toch met ons mee te rijden naar een ziekenhuis.
     
    In het ziekenhuis kenden ze de patiënt in kwestie ook reeds. Hij had twee dagen voordien een aantal zaken aan diggelen geslagen op de spoedopname. Het zal u dan wellicht ook niet verwonderen dat onze patiënt na een kort onderzoek terug ontslagen werd. Het onderzoek was zo kort dat de patiënt het ziekenhuis eerder verlaten had dan wij.
     
    Het gevolg daarvan liet zich raden: daags nadien hadden we omstreeks 09u00 vanuit diezelfde apotheek een oproep voor diezelfde patiënt. De patiënt werd opnieuw naar het ziekenhuis gebracht, en daar opnieuw prompt wandelen gestuurd. Diezelfde dag nog kregen onze collega's opnieuw een oproep om hem opnieuw naar het ziekenhuis te brengen. Zo kunnen we nog dagen doorgaan.

    Steekpartij

     
    Deze morgen kregen we omstreeks 07u00 een uiterst dringende oproep binnen voor een steekpartij op een druk plein in het centrum van de stad.
     
    De normale manier waarop een oproep binnen komt is vrij rustig. Er wordt voldoende traag gesproken om alles gegevens duidelijk te verstaan. De centralist geeft je dan meestal een exacte plaatslocatie door (voor zover dat duidelijk is, natuurlijk), een uur van oproep en een ritnummer. De oproep van deze morgen werd iets hectischer geformuleerd door onze centrale: "Ja, dringend vertrekken !!! een steekpartij op het Wilsonplein !!! Aan de blibliotheek. En hij is bewusteloos !!!" Toen ik vroeg naar ons ritnummer luidde het antwoord: "neen, ... heb ik niet, komaan jong, vertrek maar !!!".
     
    Toegegeven, een steekpartij met een bewusteloze op een plaats waar veel volk loopt is altijd een urgentie met hoofdletter U. Ik herinner mij nog een oproep van enkele maanden geleden, waarbij een schooljongen op school neergestoken werd. Voor je het weet heb je daar een circus vol hulpdiensten, politie, gerecht en .... vooral niet te vergeten: de media.
     
    Onze aanrijtijd vanop de standplaats van de ziekenwagen naar het plein in kwestie bedroeg exact twee en een halve minuut, en dat in de volle ochtendspits. Wonder boven wonder was de politie er ook al. Als het ècht dringend is kunnen die jongens dus ook wel snel zijn. Tijdens die korte aanrijtijd spookte er weer van alles door mijn hoofd. We hadden ooit eens een oproep gehad in een zijstraat die op dat plein uitgaf, waarbij we zelf bedreigd werden door iemand met een mes. Was  het dezelfde? Even voordien hadden we een oproep voor een depressieve kerel van 32 met zelfmoordneigingen die weggelopen was voor dat we ter plaatse kwamen. Was het misschien die?
     
    Uiteindelijk bleek dat ons bewusteloos slachtoffer te voet weggelopen was. De politie was de buurt aan het uitkammen, doch zonder veel succes. Alweer een compleet nutteloze interventie, dus.
     
     
     

    Een vreemde reanimatie

     
    Reanimaties zijn zonder meer onze meest uitdagende oproepen. Iedere seconde telt in zo'n situatie. Door onze snelle reactietijden slagen we er wel regelmatig in om iemand na een hartstilstand terug met pols en bloeddruk in het ziekenhuis te krijgen. 't Is te zeggen: in samenwerking met onze MUG-teams, natuurlijk. Want zonder hen zouden we daar niet in slagen.
     
    Vorige week hadden we de meest bizarre oproep voor een reanimatie. Een verpleegkundige van een RVT had rechtstreeks naar onze dienst gebeld en dringend een ziekenwagen gevraagd "voor iemand die geen pols meer vertoonde op de saturatiemeter". Voor de leken: een saturatiemeter is een toestel dat een soort wasspeld-vormige sonde heeft om op een vinger te plaatsen. Je kan ermee meten hoeveel zuurstof er in het bloed zit, en je kan er ook de polsfrequentie op aflezen. Alleen is het zo dat bij slechte doorbloeding van de vingertop het toestel geen waarde aangeeft. Blijkbaar had de verpleegkundige van onze oproep geen waarde kunnen aflezen van haar toestel, en daaruit besloten dat er iets grondig mis was met haar patiënt. Kon niet anders. Ze ging verder: "ik denk dat de MUG ook zal moeten komen, hoor". Toen onze centralist voorstelde om de MUG meteen ook te verwittigen antwoordde de verpleegkundige echter: "nee, nee, stuur eerst eens de ziekenwagen, dat ze kunnen komen kijken wat er hier aan de hand is".
     
    Zo gezegd, zo gedaan: we vertrokken prioritair naar de RVT in kwestie. Exact zeven minuten na de bizarre oproep kwamen we bij de patiënt. De verpleegkundige die gebeld had kwam ons tegemoet en zei: "'t Is te laat, hoor. Hij is dood". Ik vroeg haar of ze er zeker van was dat haar patiënt overleden was, waarop ze prompt "neen" antwoordde. "Kijken jullie eens, ik weet het ècht niet, hoor". We gingen de kamer binnen en vonden een bejaarde zonder ademhaling, maar ... om de paar seconden voelde mijn collega nog een hartslag. Die hartslag was zeer zwak, want ik had hem zelf oorspronkelijk gemist. Daarvoor zijn we dus altijd met twee bij de dienst 100. Conclusie: die patiënt was dus absoluut niet dood. We begonnen dus meteen de reanimatie-procedure en vroegen bijstand van een MUG-team.
     
    Jammer genoeg heeft de patiënt het niet meer gehaald, maar achteraf hebben we wel nog hartelijk gelachen met de reactie van de verpleegkundige. Achteraf bekeken was ze eigenlijk wel over gans de lijn juist: de patiënt vertoonde geen pols meer op de saturatiemeter (dat komt natuurlijk wel doordat je bij een extreem lage pols geen bloeddruk meer opbouwt, waardoor het toestel geen waarneming kan doen, maar ... er is geen pols op de staturatimeter). We moeten ook toegeven dat het bijzonder moeilijk is om bij zo'n kritieke patiënt de pols nog te voelen. Als je ziet dat hij niet meer ademt lijkt zo iemand inderdaad dood te zijn, maar je weet dat in die kritieke fase nooit echt zeker, dus was haar twijfel ergens wel terecht te noemen. En tenslotte: toen we ter plaatse kwamen was het inderdaad al te laat. Ook daar had ze gelijk in.
     
    Nu nog leren om bij de minste twijfel onmiddellijk naar het nummer 100 te bellen, en we zijn er.
     
     
                CHAIN

    Met vier in de wagen

     
    Zondagnacht staat bekend als een rustige nacht. Niettegenstaande dit hadden we wel weer twee leuke ritjes. En wat grappig is: de beide interventies hadden één ding met elkaar gemeen: het ging telkens om vier jongelui in de wagen.
     
    De eerste oproep was voor een jonge student, waarvan men vermoedde dat iemand iets in zijn drankje gedaan had, want hij had plots het bewustzijn verloren. Als locatie kregen we een openbare parking door. Ter plaatse aangekomen bleek het te gaan om vier jongelui die samen in de wagen zaten. Eén van hen lag groggy op de achterbank. We stelden onze standaard-vragen als we bij studenten komen die groggy zijn: "Hebt u gedronken? Hebt drugs genomen? ..." Op de tweede vraag antwoordde één van de andere jongeren meteen dat zijn makker zeker geen drugs gebruikt had. Hij ontkende echter zo snel, dat we onraad roken. Toen we wat doorvroegen over dat druggebruik kregen we een vreemd antwoord. De jongeman beweerde dat ze met z'n drietjes gezellig joints zaten te roken in de wagen. Ons slachtoffer zat bij hen maar had zèker niet meegerookt. Alleen was het zo dat er geen enkel raampje open stond, dus zou het wel kunnen dat hij "passief meegeblowd" had. Dat verklaarde wellicht de belabberde toestand van onze patiënt. Geef toe, het minste wat we van die kerel konden zeggen was dat hij snel een uitleg kon verzinnen.
     
    De tweede oproep was ook voor een wagen met vier jongeren. Deze keer moesten we op de pechstrook van een autosnelweg zijn. Een ietwat gammele wagen had in de gietende regen motorpech gehad. Aan boord waren vier jongeren die een avondje waren gaan stappen. Eén van hen lag net als bij de eerste rit groggy op de achterbank. Toen bleek dat de bestuurder van de wagen nadat hij stil gevallen was een taxi gebeld had om thuis te geraken. Toen de taxi-chauffeur zag dat één van de jongeren buiten westen lag , was die meteen doorgereden. Teneinde raad belden ze dan maar de politie en vertelden de agent "dat het ongehoord was dat de taxi gewoon door reed omdat één van hen bewusteloos was. Heb je dat nu nog geweten?"