Paulytrauma's profilePaulytrauma's blogBlogLists Tools Help

Blog


    Improvisatie

     
    Vorige nacht vierden de studenten "de 100 dagen". Dit betekent dat het schooljaar nog welgeteld 100 dagen duurt. Op dat moment wil je als ambulancier geen nachtdienst hebben in een stad als Gent.
     
    Op een gegeven moment werden we naar de studentenbuurt (of beter gezegd: de cafébuurt) gestuurd voor een meisje met een hoofdwonde. De centralist van de dienst 100 zei terloops dat de ziekenwagen van het UZ naar diezelfde straat aan het rijden was voor een tweede oproep. Nu zijn wij ongeloofelijk snelle jongens, met als gevolg dat we als eerste ter plaatse kwamen. In het begin van de straat zat een meisje op de openbare weg met een astma-aanval. Zoiets maakt het natuurlijk moeilijk voor ons. Je kan maar moeilijk iemand met een astma-aanval voorbijrijden met de ziekenwagen, en je kan ook moeilijk in het begin van de straat blijven wachten, terwijl wat verder in de straat iemand met een hoofdwonde op de ziekenwagen wacht.
     
    Op zo'n moment moet je dan improviseren. Mijn collega stapte uit met een fles zuurstof en ontfermde zich over het astma-patiëntje, in afwachting van de aankomst van de tweede ziekenwagen. Ikzelf reed met onze wagen door tot op de plaats van onze oproep. Terwijl ik dit deed werd ik bekogeld met lege blikjes en bekers bier. Ik maakte bij mezelf de bedenking dat ik "weer goe bezig" was, want het is bij de dienst 100 ten eerste streng verboden om alleen naar een oproep te rijden, en bovendien mogen we ook niet zonder politiebegeleiding die studentenbuurt binnenrijden, omdat onze ziekenwagens daar vaak beschadigd worden.  Toen ik op de plaats van de oproep kwam bleek er niemand aanwezig te zijn met een hoofdwonde. Na wat rondvragen maakte iemand mij duidelijk dat het meisje in kwestie binnen in een horeca-zaak zat. Dus ging ik naar binnen, wat ook al niet echt katholiek is, want dat betekende dat ik mijn ziekenwagen alleen achterliet tussen een duizendtal dronken jongeren. Uiteindelijk kon ik het meisje lokaliseren en bracht ik haar samen met haar vriendinnetje naar mijn ambulance. Ik liet hen instappen en reed terug naar de voorkant van de straat, naar mijn collega. Alweer een regel overtreden: een patiënt vervoerd zonder begeleiding. Foei, foei, foei ...
     
     
                                            

     
     
     

    Grappige antwoorden op domme vragen

     
    Als ambulancier stellen we vaak vragen aan patiënten, waar we dan de grappigste antwoorden op krijgen.
    Een overzichtje:
     
    Oproep voor een man die in een shopping-center van een trap gevallen is:
    Ter plaatse aangekomen troffen we een nogal onverzorgde man aan met een hoofdwonde.
    - Vraag: "Waar woont u?"
    - Antwoord: "Hier in het shopping-center."
    Het bleek hier namelijk om een dakloze te gaan die tijdens de koude winterdagen in het shoppingcenter rond hangt.
     
     
    Oproep voor een student die tijdens een vechtpartij een losse tand opgelopen had:
    - Vraag: "Wat studeer je?"
    - Antwoord: "Tandheelkunde"
     
    Oproep voor een vechtpartijtje:
    - Vraag aan de politie: "Mogen we het slachtoffer naar het ziekenhuis brengen?"
    - Antwoord: "Neen, even wachten graag, ... uw slachtoffer staat geseind."
     
    Oproep voor een patiënt met een hersenschudding:
    - Vraag: "Welke dag zijn we vandaag?"
    - Antwoord: "donderdag"
    - En dan even later een bijkomende vraag van de ene ambulancier aan de andere: "Euh, zijn we nu eigenlijk donderdag? Ik weet het zelf niet ..."
     
    Oproep voor een man die op zijn knieën probeerde naar huis te kruipen, maar zo dronken was dat hij er niet eens meer in slaagde om op zijn knieën zijn evenwicht te bewaren:
    - Vraag van de ambulancier (en dat was ècht een heel domme vraag): "Hebt u gedronken?"
    - Antwoord: "Gedronken? Ik? Neen, hoor !"
     

    Beetgenomen

     
    Deze avond kregen we omstreeks 20u00 een oproep voor een soort fitness-zaal waar ook een dojo is voor gevechtssporten. Volgens het hulpcentrum 100 was daar iemand die vermoedelijk zijn knie gebroken had. Ter plaatse aangekomen zagen we twee jonge kerels op de tatami zitten. De ene trok een verbeten gezicht en hield zijn knie vast. Die andere zat er gewoon ontspannen bij. Wij knielden neer bij de man met het pijnlijke gezicht en vroegen wat er gebeurd was. "Oach, mijne knie,... man, pijn dat dat doet, ..." Terwijl we de knie van die jongeman bekeken sprong hij plots recht en zei lachend: "'Hah, we hebben u liggen: 't is voor mij niet maar voor hem", en hij wees naar zijn kompaan die naast hem zat.
     
    Bij de neus genomen, dus.  

    Bromfiets tegen voertuig - deel 2

     
    Enkele dagen geleden schreef ik een verhaaltje over een oproep naar aanleiding van een bromfiets tegen een voertuig, die uiteindelijk om een vechtpartij bleek te gaan.
     
    Vorige nacht zijn we opnieuw uitgestuurd naar hetzelfde café, waar diezelfde man alweer dzjoef gekregen had. Net als de vorige keer wou hij opnieuw geen klacht neerleggen en weigerde hij onze hulp. De glasscherven van de vorige vechtpartij lagen nog steeds in het café. Van een déjà-vu gesproken. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om eens naar de achterkant van zijn hoofd te kijken. Hij had een tiental hechtingen zitten, wat betekent dat hij na onze eerste oproep blijkbaar toch naar een dokter of een ziekenhuis geweest is.
     
    Blijkbaar zou het hier om een openstaande schuld gaan. Volgens de politie is het een gebruik bij onze Turkse medemensen om nu en dan eens langs te gaan bij mensen die je nog geld moeten. Traditiegetrouw horen daar enkele rake klappen bij, kwestie van er zeker van te zijn dat men het bedrag niet vergeet.
     
    Het enige wat ik nu nog wil weten is waarom zoiets altijd na drie uur 's nachts moet gebeuren?

    Nightshift

     
    Een doorsnee zondagnachtje.
     
    19u34: Vechtpartijtje in een bowlingzaak: Onze eerste job voor vanavond was een oproep voor een licht gewonde naar aanleiding van een vechtpartijtje. Mijn collega en ik keken even lachend naar elkaar toen een politie-agente de vraag stelde: "tiens, meneer, was u gisterenavond ook niet betrokken bij een vechtpartij?" Mijn collega zei stilletjes tegen mij: "Zou kunnen, want ik heb hem enkele weken ook al eens vervoerd, en dat was toen ook voor een vechtpartij". De politie heeft dus blijkbaar ook haar vaste klanten. Op weg naar de spoedopname rook ik de alcoholwalm tot achter mijn stuur. In het ziekenhuis gaf mijn collega overdracht aan de verpleegkundige: "Meneer heeft een wonde aan zijn oogkas en een kromme neus, en de verwondingen aan de andere kant van zijn gezicht zijn nog van de vechtpartij van gisteren". Voor wie nu denkt dat het hier om een zeer agressief man ging moeten we eigenlijk wel zeggen dat absoluut niet he geval was. In tegendeel, het was eigenlijk heel rustige man: toen we het ziekenhuis verlieten lag hij rustig zijn sigaretje te roken in de rea-zaal.
     
    20u57: Dametje met hartklachten: Na al die intoxicaties met alcohol, pillen en drugs, na al die vechtpartijen en na al die psychotische nonsens van de voorbije nachten hadden mijn collega en ik zoiets van: eindelijk eens een persoon die ècht ziek is en ècht medische hulp nodig heeft. Zo zien we ze niet zo vaak tijdens onze nachtshiften.
     
    22u45: Dametje met buikpijn: Alweer een goeie reden om naar een ziekenhuis te trekken. Deze mevrouw was enkele dagen geleden geopereerd ter hoogte van de baarmoeder en had plotse hevige pijn aan de buik. Veel kunnen wij daar niet aan doen. We checken gewoon de vitale functies eens en we gaan na of de buik niet "plankhard" aanvoelt. Dit was gelukkig niet het geval, wat voor ons betekent dat we rustig naar de spoedopname rijden van het ziekenhuis waar mevrouw haar ingreep ondergaan had.
     
    00u42: Man met hartkloppingen: Een franstalige neger die in paniek de 100 gebeld had omwille van hartkloppingen. Op een bepaald moment zei hij letterlijk dat zijn hart niet wou stoppen. In mijn beste Frans heb ik hem toen proberen uit te leggen dat het eigenlijk een goeie zaak is dat zijn hart niet stopt. Als je hart stopt zit je pas ècht met een probleem. Vermoedlijk zullen deze hartklachten verder behandeld worden door de psychiater in plaats van de cardioloog.
     
    02u48: Man met longoedeem: Een gekende hartpatiënt die we al een paar keer vervoerd hadden. Het gaat duidelijk niet goed met hem, want toen we ter plaatse kwamen had hij duidelijk last van hartdecompensatie, met een longodeem tot gevolg. Voor de leken: dit betekent dat er meer bloed naar de longen gestuwd wordt dan er kan terugvloeien, waardoor je vocht op de longen krijgt. Meestal is dit te wijten aan een stoornis in de pompwerking van het hart, die we technisch "decompensatie" noemen. We hebben er meteen een MUG-team bijgeroepen.
     
    07u42: Man onwel geworden op het werk: Oproep voor ieman die last had van kortademigheid en pijn op de borst op het werk. Vaak zijn oproepen bij bedrijven wat overroepen. We kunnen ons nooit ontdoen van de indruk dat er wel eens mensen tussen zitten die gewoon geen zin hebben om te werken, maar in dit geval was een opname in het ziekenhuis voor verder cardiologisch onderzoek echt wel nodig.

    It's my brother

     
    We hadden net een zware nachtshift achter de rug. Omstreeks 08u00 's morgens reden we vauit één van de Gentse ziekenhuizen terug naar onze standplaats. We veronderstelden dat we wellicht onze laatste oproep beantwoord hadden. Normaal zouden we dan rustig onze papierwinkel afgewerkt hebben en ons voertuig terug tip-top in orde gebracht hebben, zodat we om 09u00 door twee frisse collega's (?) van de dagploeg afgelost konden worden.  
     
    Het hulpcentrum 100 had echter andere plannen met ons, want plots riepen ze ons via de ASTRID-radio op: "Life-Care 1; begeef u dringend naar de overpoortstraat; daar ligt een bebloed koppel dat niet meer reageert; we sturen eveneens de MUG van het UZ en een tweede ziekenwagen ter plaatse". Op zijn minst vonden we dit een vreemde oproep: een koppel dat blijkbaar bewusteloos en bebloed op de straat lag om 08u00 's morgens... Wij veronderstelden in eerste instantie een soort misdrijf. Misschien werden ze wel aangevallen door iemand met een mes of zo?
     
    Ter plaatse aangekomen troffen we een vreemd tafereel aan: midden de straat zat er een neger helemaal onder het bloed op zijn knieën naast een tweede neger die neer lag op de grond. De neger die op de grond lag had een lelijk gekneusde neus, dikke gezwollen lippen, en wat ons nog het meeste opviel: rond hen lagen er allerlei vlokken rasta-haar. De neger die recht zat op zijn knieën riep ons wenend toe: "It's my brother, man !!!  Help him, it's my brother !!!"
     
    Wij veronderstelden dat die twee op één of andere manier aangevallen werden. We namen meteen alle standaard maatregelen die we altijd nemen wanneer het ons niet echt duidelijk wat er precies aan de hand is: controle van de vitale parameters, halskraag, zuurstof, ... en niet te vergeten: een grondige controle op steek- of schotwonden. Ondertussen probeerden we te achterhalen wat er precies gebeurd was. Die andere neger bleef echter maar roepen: "help my brother, man, ..."  Ik antwoordde met een beheerste stem: "Calm down, sir, we will help your brother, but I need you to tell me exactly what happend". De neger bedankte ons heel emotioneel voor het feit dat we zijn kompaan hielpen: "oh, thank you, man, ... thank you for my brother ...", maar hij zei niet wat er precies gebeurd was.
     
    Terwijl we met onze hulpverlening bezig waren kwam de politie eveneens ter plaatse, die promt de ooggetuigen begonnen te ondervragen. Toen bleek dat die twee negers midden de straat met elkaar slaags geraakt waren. Ze hadden elkaar flink wat deftige vuistslagen toegediend en aan elkaars haar getrokken, in zoverre zals dat er overal vlokken rasta-haar op de grond lagen. Toen één van hen knock-out geslagen was ging de andere er op zijn knieën naast zitten om zijn hoofd vast te houden, en is daar zo blijven zitten tot wij ter plaatse kwamen.
     
    Onder begeleiding van de MUG brachten we samen met de collega's van Life-Care 2 de beide negers over naar het ziekenhuis Jan Palfijn, waar alle artsen en verpleegkundigen op de spoedopname duidelijk gespecialiseerd zijn in dergelijke gevallen.
     
    Het toppunt van de ganse oproep was echter toen op die spoedopname bleek dat de politie de identiteit van één van de negers niet kon achterhalen. Naiëf als ik ben dacht ik dat ik de agenten behulpzaam was door hen erop te wijzen dat het twee broers waren van elkaar. "Twee broers?", reageerde die ene agent verwonderd, "dat kan niet: dienen enen is van Jamaica en dienen anderen zou van Kameroen zijn, en ze hebben elkaar pas gisterenavond leren kennen". Ik antwoordde nog: "jamaar, hij zei voortdurend 'it's my brother' ..." en ondertussen besefte ik hoe dom mijn opmerking was. Eén van de verpleegkundigen maakte cynisch met zijn vingers een V-teken in mijn richting en zei "Yeah, peace, my brother".  
     
    Tegen de middag hebben de beide brothers dan uiteindelijk samen het ziekenhuis als goede vrienden verlaten.
     

    Brommer tegen voertuig

     
    Soms heb ik medelijden met de mensen die in de 100-centrale de oproepen moeten beantwoorden. In sommige gevallen is het immers zeer moeilijk om te achterhalen wat er precies gebeurd is. De oproepers zijn vaak in paniek wanneer ze de dienst 100 moeten bellen, en in een grote stad als Gent heb je ook nog eens het probleem dat er veel migranten zijn die onze taal onvoldoende beheersen om een noodoproep correct te formuleren. Voor de mensen van de 100-centrale is het vaak onmogelijk om de juiste informatie te verkrijgen.
     
    Neem nu een oproep die we enkele dagen geleden binnenkregen. Kort na middernacht werden we op onze alarmlijn gebeld door het hulpcentrum 100: "Ja, kunt ge ne keer rijden naar de Land van Waaslaan? D'r moet daar ievers nen bromfiets onder nen auto zitten ofzo. Maar dienen oproep komt wel van iemand die geen nederlands sprak. Ik had dan gevraagd om iemand anders aan d'n telefoon te krijgen, maar 't was nog erger, dus ja ... ze roepen daar iets van nen brommer en dat er dringend nen ambulans moe komen."
     
    Wij dus prioritair naar de Land van Waaslaan.
     
    Ter plaatse aangekomen zagen we ter hoogte van een Turks café een groepje Turkse jongeren op straat staan. Toen ze onze ziekenwagen zagen aankomen wuifden met hun armen en riepen ze opnieuw "ambulans, ambulans", waardoor we wisten dat we wel degelijk dààr moesten zijn, alleen zagen we daar geen enkele bromfiets. Meer nog: we zagen eigenlijk ook geen gewonden. De menigte deed echter teken dat we naar binnen moesten gaan in het café. We namen onze interventiekoffer en een fles zuurstof en stapten het café binnen. Op de vloer zagen we overal glas liggen. Toen we even rondkeken zagen we dat de ruiten aan diggelen geslagen waren. Wat verder zat een Turkse man van middelbare leeftijd met een bebloed hoofd met flink een glas raki voor zijn neus. Voor wie niet multi-cultureel is: raki is een sterke alcoholische drank (45°) met anijssmaak die vooral in Turkije en Griekenland gedronken wordt, en bij ons vaak voorkomt in Turkse café's.
     
    Uiteindelijk bleek dat die man de uitbater was van het café. Om redenen die ons totaal ongekend gebleven zijn zou er plots een groepje potige Turkse kerels het café binnengestormd zijn, en hem prompt enkele rake klappen toegediend hebben met een baseball-knuppel. Vervolgens hebben ze wat glazen en ramen aan diggelen gemept en zijn ze weggereden ... op een brommer. Toen pas werd de oorspronkelijke oproep ons helemaal duidelijk.
     
    Nu bleek echter dat die man totaal geen verzorging wou. Hij nipte gewoon nu en dan eens van zijn glas raki om te bekomen. Gelet op de sporen van geweld verwittigden wij via de radio het hulpcentrum 100, en vroegen we bijstand van de politie. Ondertussen probeerden we de man te overtuigen om met ons mee te gaan naar het ziekenhuis om zijn hoofd te laten verzorgen. Hij kon best wel een paar hechtingen gebruiken, en een CT-scan van zijn schedel zou ook niet bepaald en verkwisting van middelen geweest zijn, maar hij bleef voet bij stuk houden: "geen ambulans, geen hospital, geen doktoors". Toen de politie ter plaatse kwam ging hij zelfs zover dat hij geen klacht wenste neer te leggen. Hij verklaarde dat hij wist wie hem geslagen had, maar wou niet zeggen wie, en wou zeker geen klacht neerleggen.
     
    Toen ik één van de agenten ons document voor weigering van verzorging liet tekenen maakte hij fijntjes de opmerking: "'t moe zijn dat hij goe weet waarom da z'm afgeslagen hebben ..."