| Paulytrauma's profilePaulytrauma's blogBlogLists | Help |
|
|
Happy 2009 !!!Wie regelmatig mijn blog leest, weet dat ik vaak verhaaltjes schrijf over onze gewoontebellers. Dat zijn mensen die regelmatig naar de dienst 100 bellen. Eigenlijk zouden we die patiënten liever niet hebben, maar langs de andere kant hebben we er ook soms plezier mee.
Vandaag was het nieuwjaardag, en hadden we er ook weer zo eentje. Omstreeks 09u00 hadden we al een oproep gehad voor een deftige echtelijke ruzie. Meneer had iets te diep in het glas gekeken tijdens de oudejaarsnacht en nadien - rond acht uur in de ochtend - met mevrouw haar wagen in stomdronken toestand naar huis gereden. Mevrouw was vroeger al naar huis afgezakt en kennelijk niet gelukkig toen manlief met een stuk in zijn kraag thuis kwam en zich prompt nog een glas Ricard inschonk om 2009 goed te beginnen. Waarom die mevrouw naar het nummer 112 gebeld heeft weten we niet en waarom de dispatching ons in godsnaam met de ambulance daar naartoe stuurde is ons ook een raadsel gebleven. Hoe dan ook, toen wij ter plaatse kwamen was de woonkamer tot een kleine ravage herschapen. Overal lag gebroken glas en de tafel had er moeten aan geloven. We hebben die man plechtig laten beloven dat hij in zijn bed zou kruipen om zijn roes uit te slapen en nadat we van zijn vrouw te horen gekregen hadden dat hij haar nog nooit eerder geslagen had of zoiets, betekende dit voor ons het einde van alweer een nutteloze interventie. Toen we vertrokken zei die vrouw met een zucht dat ze rond 11u00 haar moeder verwachtte om te komen nieuwjaren. Da's normaal gezien een typisch Vlaamse traditie: de mensen doen dan hun beste kleren aan om den toer van de familie te doen, iedereen drie zoenen te geven met klassieke uitspraken zoals: "de beste wensen voor het nieuwe jaar". Die moeder zal ook aardig opgekeken hebben toen ze bij haar dochter kwam: gans het salon in kort en klein geslagen en haar schoonzoon die boven in bed ligt met een stuk in zijn kl... Ik denk dat ze haar dochter eerder een echtscheiding toewenst, dit jaar!
Enkele uren laten kregen we een tweede typische dienst-100-op-nieuwjaardag-oproep: iemand vroeg een ziekenwagen op een adres dat ons zèèr bekend voorkwam. Ter plaatse troffen we een oude bekende aan. Het gaat om een vrouw van rond de vijftig die gedurende het voorbije jaar waarschijnlijk geen half uur nuchter geweest is. Tijdens het jaar 2008 hebben we haar maar liefst 16 keer(!) naar het ziekenhuis gevoerd. Deze middag was ze - onder invloed van een vermoedelijk gigantische hoeveelheid alcohol - van de trap gevallen. Daarbij moet ze waarschijnlijk een aantal keer haar hoofd gestoten hebben, want ze had een paar deftige blauwe vlekken en een gapende wonde op haar wenkbrauw. Tok, tok, tok, ... Ook een manier om het nieuwe jaar in te zetten. In die ziekenwagen vroeg ik haar hoe het kwam dat ze van die trap gevallen was, waarop ze met een dubbele tong antwoordde dat ze "een tredeke gemist had". Gelukkig bestaan er CT-scanners!
Heeft u een vuurtje?Verbijstering alom, tijdens één van mijn vorige nachten, toen we omstreeks 03u00 's nachts een oproep binnen kregen voor het citadelpark. "Daar zou een bewusteloze in een wagen zitten en ze krijgen hem niet meer wakker", zo klonk het aan de telefoon. Op zich niets speciaals. Op dat uur van de nacht kom je langs de straten wel vaker een bewusteloze tegen. En, inderdaad, als ze bewusteloos zijn krijg je ze meestal niet meer wakker.
Ter plaatse aangekomen reden we met onze ziekenwagen door het park, op zoek naar een auto met daarin een bewusteloze. Nu is het citadelpark in Gent vrij groot, dus waren we al een tijdje aan het rondtoeren, toen we plots een man zagen liggen op een parking. Ik zei tegen mijn collega: "kijk, daar, 't zal voor den dienen zijn zeker?", waarop mijn collega antwoordde: "ja, maar den dienen zit wel niet in een auto, hé". En terwijl hij mij aankeek zag hij in de verte een auto die midden het park aan het uitbranden was.
We parkeerden onze tuutie-taatie wat verder en sprongen er allebei uit. Mijn collega liep naar de brandende wagen om te kijken of daar nog iemand in zat, terwijl ik naar het bewusteloos slachtoffer liep. Bij controle van zijn vitale functies bleek dat hij gewoon stomdronken op de grond lag. Pikant detail daarbij was dat zijn broeksriem, knoop en rits open waren. Toen ik hem vroeg of dat zijn wagen was die daar wat verder aan het uitbranden was antwoordde hij: "ja, da zou kunnen ..." en hij schoot in een lach. Je moet optimist blijven in het leven.
Wat daar die nacht allemaal gebeurd is blijft voor ons nog steeds een raadsel. Vermoedelijk lag de man in kwestie straalbezopen in zijn wagen. Waarom zijn broek naar beneden was laten we in het midden. Om één of andere reden is die wagen in brand gevlogen en heeft iemand hem er uit gesleurd en wat verder op de grond gelegd.
De man had geen medische hulp nodig. Wij bleven uiteraard ter plaatse in afwachting van de brandweer. Terwijl we met z'n allen naar de brandende wagen stonden te kijken haalde het slachtoffer zijn sigaretten boven en vroeg lakoniek: "euh, heeft er soms iemand een vuurtje?"
H.Luchtvaartmaatschappijen kennen allerlei bonussen toe aan mensen die regelmatig vliegen. Als "frequent flyer" krijg je dan air-miles die je bij de volgende vlucht recht geven op korting, extra beenruimte en champagne. Bij de dienst 100 hebben we ook onze "frequent flyers". Het enige verschil is dat ze bij ons geen champagne krijgen tijdens hun overbrenging naar het ziekenhuis. Op zich is dit geen enkel probleem, want onze "frequent flyers" zijn toch altijd al stomdronken.
Zo hadden we vorige nacht de meest beruchte patiënt die bij de Gentse dienst 100 gekend is. Ik zal hem "H." noemen, want om deontologische redenen kan ik in dit blog uiteraard geen namen prijsgeven. H. is werkelijk een begrip bij de hulpverleners van de Gentse dienst 100. Hij is de absolute recordhouder voor wat betreft het aantal keer dat hij al door een 100-wagen vervoerd werd. Hij wordt al jaren lang minstens twee keer per week vervoerd.
Vorige week nog belde hij tijdens mijn dienst vanuit een telefooncel aan het St.-Pietersstation. Vanop onze standplaats rijden we ongeveer 6 minuten tot aan de voorkant van het station, maar we waren te laat. Hij was al gaan lopen. De spoorwegpolitie had hem echter herkend. "Menier", zei één van de agenten tegen mij met opgegeven vinger, "wij hebben n'n dossier over die gast, de dikte van d'n telefongboek". Later die dag heeft een andere ziekenwagen een nieuwe oproep gekregen voor hem, en hem naar het UZ gevoerd.
H. is niet alleen recordhouder voor wat betreft het hoogste aantal oproepen, maar ook voor zijn legendarisch alcoholverbruik. Ze hebben hem ooit eens binnengebracht op de spoed van Jan Palfijn met maar liefst 7 promille alcohol. De dokters konden hun ogen niet geloven toen ze de labo-resultaten terugkregen. Zo'n promillage hadden ze nog nooit gezien. H. drinkt van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Naar verluid is het al meer dan tien jaar geleden dat hij nog eens nuchter was. Door zijn alcoholmisruik is H. ook extreem agressief. Toen ik hem voor het eerst vervoerde waarschuwde mijn collega mij: "wees voorzichtig, want die kerel is echt gevaarlijk". Recent was er echter een spoed-arts die zijn agressie relativeerde: "Eigenlijk moet je niet bang zijn van hem", zei hij. "Als je je bedreigd voelt geef je hem gewoonweg één goeie vuistslag in zijn lever, en dan bloedt hij vast en zeker onmiddellijk dood".
Vorige nacht hadden we dus weer prijs. We hadden net iemand binnen gebracht in St-Lucas, toen de dienst 100 ons naar de Zuidstationstraat stuurde voor een "bewusteloze op straat". Ter plaatse aangekomen herkenden we hem meteen aan de vele piercings die hij in zijn oor heeft. Mijn collega zei zuchtend: "allé, zunne, 't is H. weer ..."
Ik maakte bij mezelf de bedenking dat hij deze keer nog leefde. Het is gewoon een kwestie van afwachten tot we hem eens ergens dood aantreffen.
Opgepast, of ge krijgt nen trok !Wie bij ons voltijds werkt als ambulancier heeft zowat maandelijks iets wat we dan "de rit van de maand" noemen. Meestal gaat het dan om één of andere absurde situatie, waarvan je bij jezelf de bedenking maakt dat het ongeloofelijk is. Daarnaast hebben we ook nog "den dzjoef van de week". Dit gaat dan steeds om slachtoffers van vechtpartijen.
De rit van de maand gaat deze keer naar een gekende patiënt, die ik in mijn verhaaltje Oscar ga noemen. Hij doet ons altijd wat denken aan Firmin Crets, den bokseur, het typetje van Chris Van den Durpel. Oscar praat namelijk op identiek dezelfde manier. Deze keer kwam de oproep voor Oscar binnen als "persoon die gestruikeld is over een borduursteen op de wekelijkse zondagsmarkt in Ledeberg". Ter plaatse aangekomen bogen mijn collega en ik ons over het slachtoffer, die ons onmiddellijk waarschuwde: "opassen, hé, moatje, of ge krijgt nen trok!" Hij balde zijn vuisten en sloot één van beide ogen, alsof hij ging mikken om een keiharde vuistslag toe te dienen. Mijn collega deed spontaan een stap achteruit, waarbij ik mij afvroeg of hij dit nu deed omwille van het risico "nen trok" te krijgen van Oscar, of omwille van de alcoholwalm boven Oscars gezicht. Ik zei hem dat we gekomen waren om hem te helpen, waarop hij onmiddellijk in plat Gents repliceerde: "'t kan mij nie schele, ge goat toch nen trok krijge".
Op dat moment is het bijzonder moeilijk om niet in een schaterende lach te schieten. Normaal laten we dit soort situaties dan afhandelen door de politie, maar in het geval van Oscar vonden we dat we onze plicht moesten vervullen. We brachten hem met veel diplomatie aan boord van onze ziekenwagen, en reden richting universitair ziekenhuis. Daar aangekomen kreeg de verpleegkundige aan wie Oscar toegewezen werd onmiddellijk dezelfde waarschuwing: "nie mé mijn voete rammelen, zunne moatje, of ge krijgt hier sebiet nen trok ..." Terwijl hij dit zei balde hij opnieuw zijn vuisten, en moesten wij ons opnieuw omdraaien om niet in een lach te schieten. De verpleger keek ons verwonderd aan, met een gezicht dat boekdelen sprak. Terwijl we aan de balie de administratieve gegevens van onze patiënt doorgaven kwam de verpleger tot bij ons met de vraag: "waar hebt ge den dienen vandaan gehaald?"
Ik ben er rostvast van overtuigd dat Oscar geen vlieg kwaad zou doen. Hij roept naar iedereen die hem benadert dat hij rake klappen zal uitdelen, maar volgens mij heeft hij nog nooit niemand iets misdaan. Het enige probleem met Oscar is dat hij veel te veel pintjes drinkt, en dan voelt hij zich duizend man sterk.
We leefden wel mee met de arts-stagiair die in het UZ de moeilijke opdracht kreeg om zijn hoofdwonde te verzorgen.
Met vier in de wagenZondagnacht staat bekend als een rustige nacht. Niettegenstaande dit hadden we wel weer twee leuke ritjes. En wat grappig is: de beide interventies hadden één ding met elkaar gemeen: het ging telkens om vier jongelui in de wagen.
De eerste oproep was voor een jonge student, waarvan men vermoedde dat iemand iets in zijn drankje gedaan had, want hij had plots het bewustzijn verloren. Als locatie kregen we een openbare parking door. Ter plaatse aangekomen bleek het te gaan om vier jongelui die samen in de wagen zaten. Eén van hen lag groggy op de achterbank. We stelden onze standaard-vragen als we bij studenten komen die groggy zijn: "Hebt u gedronken? Hebt drugs genomen? ..." Op de tweede vraag antwoordde één van de andere jongeren meteen dat zijn makker zeker geen drugs gebruikt had. Hij ontkende echter zo snel, dat we onraad roken. Toen we wat doorvroegen over dat druggebruik kregen we een vreemd antwoord. De jongeman beweerde dat ze met z'n drietjes gezellig joints zaten te roken in de wagen. Ons slachtoffer zat bij hen maar had zèker niet meegerookt. Alleen was het zo dat er geen enkel raampje open stond, dus zou het wel kunnen dat hij "passief meegeblowd" had. Dat verklaarde wellicht de belabberde toestand van onze patiënt. Geef toe, het minste wat we van die kerel konden zeggen was dat hij snel een uitleg kon verzinnen.
De tweede oproep was ook voor een wagen met vier jongeren. Deze keer moesten we op de pechstrook van een autosnelweg zijn. Een ietwat gammele wagen had in de gietende regen motorpech gehad. Aan boord waren vier jongeren die een avondje waren gaan stappen. Eén van hen lag net als bij de eerste rit groggy op de achterbank. Toen bleek dat de bestuurder van de wagen nadat hij stil gevallen was een taxi gebeld had om thuis te geraken. Toen de taxi-chauffeur zag dat één van de jongeren buiten westen lag , was die meteen doorgereden. Teneinde raad belden ze dan maar de politie en vertelden de agent "dat het ongehoord was dat de taxi gewoon door reed omdat één van hen bewusteloos was. Heb je dat nu nog geweten?" Den tour in GentEigenlijk is het wel grappig dat je als ambulancier op alles een andere kijk krijgt.
Neem nu bij voorbeeld de mediacampagne die het Gentse stadsbestuur ondernam onder het motto "'t Is uwen toer". Toen ik die slogan op de affiches zag staan, dacht ik spontaan aan de oproepen die we 's avonds en 's nachts zouden binnen krijgen als alle café's in Gent leeglopen nadat wielerminnend Vlaanderen zich een stuk in zijn kraag gedronken heeft. Ik dacht bij mezelf: "na middernacht is het dan ONZEN TOER", want wij mogen dan de straten vrij maken van achtergebleven dronkaards die in slaap vallen in bushokjes en verlaten parkjes. In dat opzicht hebben we wel iets gemeen met die mannen van Ivago. Zij ruimen dan de plastic bekertjes op en wij de gebruikers ervan. Twee ondankbare werkjes die iemand moet doen tegen de volgende ochtend.
Da's hetzelfde met de Gentse Feesten. Het aantal beschonken feestvierders dat in de ambulance terecht komt tijdens die week valt gewoon niet bij te houden. De ziekenhuizen moeten iedere avond het aantal vrije bedden opgeven aan een speciale coördinator, die dan de ganse nacht druk in de weer is met tabellen om bij te houden welke capaciteit die ziekenhuizen overhouden, nadat een vloot ambulances de ganse nacht af en aan gereden is om de Gentse straten zatlappen-vrij te houden.
Wat ik daar nog het meest grappig aan vind is dat die coördinator voor één keer NIET rondloopt in zo'n stom fluo-jasje, zoals men dat altijd doet bij grootschalige operaties. Voor één keer blijven ze in cognito. Mochten ze hun fluo-jasje aantrekken in die feestzone zouden ze bij de eersten zijn die in een ambulance terecht komen met een blauw oog of gebroken ribben. Gekneld slachtoffer vermist in KnokkeHet was 4 uur in de morgen. De dienst 100 belde ons alarmnummer met de vraag ons dringend naar een bepaalde locatie op de ring rondom de stad te begeven. "Een ongeval met meerdere geknelde slachtoffers. MUG en brandweer komen eveneens ter plaatse".
Enkele minuten later kwamen we als eerste ziekenwagen aan op de plaats van het onheil. Een zwaar beschadigde wagen lag onder een brug over de autoweg op zijn zijkant. Eigenaardig genoeg zagen we een jonge man rechtstaan in het wrak. Zijn hoofd stak uit door een kapot venster en hij keek ons aan met een verdwaasde blik in zijn ogen. Hij zei van zichzelf dat hij nergens pijn had, maar dat hij zijn vriend nergens meer zag. Vervolgens keken we haastig met enkele zaklampen langs alle kanten in het gekantelde voertuig, maar we zagen nergens enig spoor van een tweede persoon. Hieruit konden we maar één conclusie trekken: er was een tweede slachtoffer dat uit het voertuig geslingerd werd.
De brandweer, die ondertussen ook ter plaatse gekomen was, begon onmiddellijk de omgeving rond het voertuig uit te kammen. Ze troffen brokstukken van een reling aan. Langzaam werd het ongeval ons duidelijk: blijkbaar was die wagen van de brug afgereden en op de ringweg onder de brug terecht gekomen, waarbij iemand uit de wagen geslingerd werd. De zoekactie van de brandweer leverde echter geen enkel spoor van dat tweede slachtoffer op. Ondertussen werd de licht gewonde jongeman uit zijn auto geholpen en stapten we met hem naar de ziekenwagen.
Op dat ogenblik leek het mij aangewezen om de naam van die vermiste persoon te vragen. Ik weet nog altijd niet waarom ik plots op dat idee gekomen ben, maar de vraag bleek uiteindelijk zeer relevant te zijn...
- Hij: "Zijn naam? Euh ... wacht eens. Wie was da nu bij mij in de wagen?"
- Wij: "Je weet toch nog wie er bij u in de wagen zat?"
- Hij: "Euh, euh, ... "
- Wij: "Jamaar, zat er iemand bij u in de wagen of niet?"
- Hij: "Jaja, mijn vriend zat zeker bij mij in de wagen"
- Wij: "En je weet zijn naam niet meer?"
- Hij: "Euh, neen, ..."
- Wij: "Van waar komt u nu?"
- Hij: "Ik ben uit geweest hier in Knokke"
- Wij: "Weet je waar we nu zijn?"
- Hij: "Natuurlijk. Aan de zee, in Knokke"
- Wij: "Juist, ja ..."
Op dat moment besloot ik er de MUG-arts even bij te roepen. Ofwel was hij enorm verward door een cerebraal letsel, ofwel was hij gewoon stomdronken. De MUG-arts kwam tot de geruststellende conclusie dat het wel degelijk om de tweede mogelijkheid ging.
Prompt werd de zoekactie van de brandweer afgeblazen. We hebben ons slachtoffer overgebracht naar het UZ van Knokke.
De Ardeense jagerVorige nacht werden we opgeroepen voor een verkeersongeval ter hoogte van een landelijke weggetje aan de rand van de stad. Een man was er volgens de dienst 100 met zijn wagen in de gracht gereden.
Ter plaatse aangekomen troffen we inderdaad een wagen aan in de gracht, maar de bestuurder ervan was spoorloos verdwenen. Ik herinner me dat ik aan het rondkijken was of er ergens in de buurt een huis of een boerderij was waar licht brandde, omdat ik dacht dat men het slachtoffer van dit ongevalletje misschien naar binnen gebracht had. Er was echter nergens licht te bespeuren. Mijn collega zette even de sirene van de ziekenwagen aan in de hoop op die manier de aandacht te trekken van eventuele ooggetuigen die zich als barmhartige samaritanen over het slachtoffer aan het ontfermen waren. Ook dit bleef ijdele hoop.
Korte tijd nadien zagen we in de verte een politiewagen aankomen. Op dat moment dacht ik bij mezelf: "dit wordt dan onze vierde nutteloze rit voor vandaag". Eerder die dag hadden we namelijk een oproep gehad voor een ontsnapte psychiatrie-patiënt die op de E-40 aan het wandelen zou zijn. We zijn twee keer over en weer gereden tussen Gent en Wetteren zonder enig spoor van de man te ontdekken. Nadien werden we nog enkele keren opgeroepen voor "bewustelozen op openbare weg". Een outsider zou veronderstellen dat hiervoor onmiddellijk de MUG uitgestuurd wordt. In de praktijk beperkt men zich echter tot de inzet van een gewone ziekenwagen. Voor ons komt het er dan op neer om zo snel mogelijk ter plaatse te geraken, want iedere minuut daalt de kans dat we nog iemand aantreffen. Zo bewusteloos zijn ze ...
Wat er ook van zij: vorige nacht stonden we op de plaats van een verkeersongeval waar geen enkel slachtoffer meer te bespeuren was. Toen we in de verte een politievoertuig zagen naderen dachten we bij onszelf dat onze interventie zich zou beperken tot een korte briefing van de agenten. Niets was echter minder waar ...
Net voor de politiewagen bij ons stopte merkten we plots een lichaam op in de gracht, op ongeveer 10 meter van de plaats van het ongeval. Zoiets noemen wij onder elkaar een "shit-moment" omdat we dan alletwee op hetzelfde moment "shit" roepen. We moeten eerlijk toegeven dat we bij een ongeval aangekomen waren en daar enkele ogenblikken rondgelopen hebben zonder op te merken dat het slachtoffer tien meter verder in de gracht lag. Uitgerekend op het moment dat de politie ter plaatse arriveert merk je dan je slachtoffer op, en da's redelijk genant. Het is om die reden dat we in zo'n situaties altijd gelijktijdig "shit" roepen.
Met veel moeite slaagden we erin de dronken man uit de sloot te trekken. Bewustelozen en zatlappen hebben namelijk één zaak met elkaar gemeen: als je ze wil optillen heb je er geen vat op. Uiteindelijk slaagden we erin om ons slachtoffer op het droge te brengen.
Het toeval wil dat we eerder die avond het nieuws hadden kunnen bekijken op TV. Eén van de items in het journaal bestond erin dat de Vlaamse overheid een plan klaar heeft om het regenwater te scheiden van het rioolwater, waarbij alle regenwater via sloten zou moeten afegevoerd worden. Toen we het slachtoffer van ons ongeval uit de sloot getild hadden dacht ik bij mezelf dat het aanleggen van bijkomende sloten een slecht idee was.
Wat er ook van weze: bij dergelijke slachtoffers trekken we altijd alle natte kledij uit om onderkoeling te vermijden. Niettegenstaande het de afgelopen dagen bijzonder aangenaam lenteweer was, is het 's nachts nog steeds minder dan 10°. Als je dan 10 tot 15 minuten onder invloed van alcohol in een sloot ligt verliest je lichaam enorm snel je lichaamstemperatuur. Om die reden verwijderen wij in dergelijke situaties steeds alle natte kledij voor we het slachtoffer op onze brancard leggen. Eens het slachtoffer dan naakt op de brancard ligt draaien we hem in een iso-thermisch metaallaken, om de lichaamstemperatuur optimaal te beschermen.
Bij ons slachtoffer van vanavond wilden we dit ook doen, maar deze keer ging het iets moeilijker. We slaagden er wel degelijk in om hem uit de sloot te tillen. Vervolgens slaagden we er eveneens in om alle natte kledij te verwijderen, maar toen hij naast de sloot in zijn slipje stond wilde hij plots niet op de brancard gaan liggen. Toen we hem probeerden vast te nemen om hem naar de brancard te leiden wou hij zich afweren. Hij zei van zichzelf dat hij bij "de Ardeense jagers" geweest was, en dat hij geen hulp nodig had. Tijdens het afweren verloor hij echter zijn evenwicht, waardoor hij pardoes terug in de sloot viel. En dat, allemaal onder het toeziende oog van de federale politie. Voor de tweede keer die avond ervaarden we een "shit-moment".
Met veel moeite - en met de hulp van de politiemannen - konden we hem terug uit de sloot tillen en op onze brancard leggen. Vervolgens hebben we hem met een steeklaken helemaal droog gewreven. Toen hij droog was hebben we zo'n metaaldekentje rond hem gedraaid om verdere afkoeling te vermijden. Op zich verliep dit niet makkelijk, omdat onze dronken patiënt voortdurend tegenwerkte. Hij bleef herhalen dat hij bij de "Ardeense jagers" geweest had, en dat hij geen verdere hulp nodig had.
|
|
|