| Paulytrauma's profilePaulytrauma's blogBlogLists | Help |
|
|
TengelsIn mijn blog neem ik regelmatig verhaaltjes op over mensen die de dienst 100 bellen voor de meest bizarre redenen. Vanavond hadden we er weer zo eentje. De oproep kwam binnen als iemand die gevallen was. Bij aankomst ter plaatse zei die persoon dat hij "in de tengels gevallen was". Het grappige eraan was dat ik niet wist wat tengels waren, dus dacht ik al aan een zwaar levensbedreigend trauma. Ik kom uit West-Vlaanderen. Hoe kan ik weten dat ze hier "tengels" zeggen als ze het over netels hebben. Tot overmaat van de ramp bleek dat de plaats waar hij "getengeld" was vrij bizar te zijn. Het ging namelijk om zijn zitvlak. Prompt liet hij zijn short zakken en toonde hij ons zijn bloot achterwerk, waarop mijn lieve collega prompt zei: "ja, t'is goe, jong, toon da maar aan mijn collega, hij zal d'r wel naar kijken". En jawel, zijn kont stond daadwerkelijk vol bubbels. Veel hebben we er niet aan gedaan. We hebben hem eens goed duidelijk gemaakt dat je niet naar de hulpdiensten mag bellen voor een genetelde kont. GijzelingDinsdagmorgen, 08u17. Er komt een oproep binnen voor één van onze beide 100-wagens: "Goeie morgen, Life-Care 1 mag eens rijden naar de Brusselsesteenweg nummer zoveel in die gemeente. D'r is daar een madammeke dat blijkbaar door iemand opgesloten werd in een kelder, en ze zou gewond zijn aan haar been. De deur werd van buitenaf gebarricadeerd, dus normaal gezien moeten jullie binnen kunnen. D'n oproep komt van de politie".
Wij dus met onze tuutie-taatie naar de interventieplaats. Dergelijke oproepen beschouwen we niet als superdringend. Er is immers niets dat op levensgevaar wijst. Het madammeke had zelf met haar GSM kunnen bellen, dus zo erg kan het allemaal niet zijn. Toen we ter plaatse aankwamen zagen we de politie vanuit de andere richting komen. Ik parkeerde de ziekenwagen op de oprit. De interventieplaats was een soort kantoorgebouw. We stapten rustig uit. Mijn collega zei iets in de zin van: "allé, gaan we ne keer gaan kijken, zie".
Terwijl we uitstapten zagen we echter dat de politie met maar liefst drie voertuigen ter plaatse gekomen was en in de verte hoorden we nog loeiende sirenes. Toen beleefden we de schrik van ons leven: alle agenten trokken hun wapen en omsingelden het gebouw. 't Was precies zoals in een actiefilm. Met hun wapen in de aanslag bestormden ze het gebouw langs alle kanten, en wij stonden daar domverwonderd naar elkaar te kijken. "How zekers!?!", zei mijn (West-Vlaamse) collega, "ze gaan hier precies schieten!?!".
Wij dus alletwee weer in de ziekewagen en zo rap of we konden achteruit terug op de steenweg.
Achteraf bleek dat die dame door drie gewapende en gemaskerde gansters opgewacht werd toen ze op haar werk kwam. Ze hadden haar overmeesterd, gedwongen om het alarm af te zetten en te tonen waar het geld lag. Nadien hadden ze haar van de keldertrap gesleurd en opgesloten.
Ik heb het al eens aangehaald in één van mijn eerdere verhaaltjes: vroeg of laat gaan we eens niets vermoedend oog in oog staan met gewapende gansters.
Kadootjes voor dzjie-pieTijdens één van mijn vorige nachtshifts stuurde de dienst 100 ons naar "de Vooruit". Daar was een jongeman die de dienst 100 gebeld had met zijn GSM omdat "er iets raars aan de hand was" met hem. De centralist zei letterlijk: "je zal er waarschijnlijk plezier aan beleven, want hij klonk echt grappig aan de telefoon". Toen we ter plaatse kwamen stond de jongeman ons op te wachten op de stoep. Met een brede glimlach op zijn gezicht wuifde hij ons toe. Hij liep ietwat nerveus heen en weer en schudde voortdurend zijn hoofd. Toen we vroegen wat er scheelde antwoordde hij dat hij het ook niet wist. "'k weet echt nie wat er aan de hand is. Wow, man, wa is da ier mee mij? Da's nie meer normaal, zunne, woooooow".
Zijn vitale functies waren prima, dus lieten we hem plaats nemen op het bankje in de ziekenwagen en reden we rustig naar de spoedopname van het algemeen ziekenhuis Jan Palfijn. De verpleegkundigen die daar weken zijn duidelijk zeer gespecialiseerd in dit soort patiënten, want ze konden meteen een correcte diagnose stellen: amfetamines! Knappe mensen hoor, op die spoed. Toen we enkele uren later met een volgende patiënt naar "JP" (uitgesproken als "dzjie-pie") reden hadden ze het resultaat van zijn bloedanalyse. De waarden op het laboverslag wezen duidelijk in de richting van XTC. Ironisch detail daarbij is dat die tweede patiënt die we binnen brachten ook onder invloed was van drugs. Als je er bij stil staat voeren wij 's nachts in hoofdzaak intoxicaties binnen in JP: alcohol, pillen of drugs, of een combinatie ervan. Dit uiteraard tot grote vreugde van de verpleegkundigen. Ze zien ons echt graag komen. D'r zit zelfs eentje tussen die mij tegenwoordig "ganster" noemt. Foei, foei, foei...
Voor wat die "ganster" betreft moet ik zeggen dat ik haar ergens wel kan begrijpen. Laatst hadden we een patiënt met een overdosis pillen die geprobeerd had zijn polsen over te snijden. We hadden hem opgepikt in een soort opvang-centrum voor ex-gedetineerden. Normaal gezien was het dichtste ziekenhuis Sint-Lucas, maar de patiënt vroeg om naar Jan Palfijn gebracht te worden. Ik had er uit begrepen dat hij eerder al in dat ziekenhuis geweest was, en riep via de radio op naar de centrale om toelating te vragen voor JP "want de patiënt is daar gekend". Toen we met hem aankwamen op de spoedopname schoven ze zijn SIS-kaart in de computer, om tot de conclusie te komen dat hij helemaal geen dossier had in dat ziekenhuis. Er was dus eigenlijk geen enkele reden om naar JP te rijden. Daarmee waren ze een beetje kwaad op mij. Ik kon niet nalaten om te vragen of ze de patiënt een maagspoeling met actieve kool zouden geven (1).
Ik weet het, da's eigenlijk enorm stout van mij. Die arme verpleegsters opzadelen met een intox-patiënt die oorspronkelijk eigenlijk voor een ander ziekenhuis bestemd was en dan met een onschuldig gezicht vragen "of hij geen maagspoeling met actieve kool krijgt". Misschien komt het daardoor dat ze mij "ganster" noemt, ...
______________________
(1) Actieve kool is ee oplossing van koolstof in water die toegediend wordt na een maagspoeling om toxische produkten te neutraliseren. Die aktieve kool is echter een zwarte smurrie. Als je zo'n produkt via de maagsonde moet toedienen ben je als verpleegkundige vaak volledig beklad. Om die reden staan ze er niet echt voor te springen om dit produkt te gebruiken ...
ImprovisatieVorige nacht vierden de studenten "de 100 dagen". Dit betekent dat het schooljaar nog welgeteld 100 dagen duurt. Op dat moment wil je als ambulancier geen nachtdienst hebben in een stad als Gent.
Op een gegeven moment werden we naar de studentenbuurt (of beter gezegd: de cafébuurt) gestuurd voor een meisje met een hoofdwonde. De centralist van de dienst 100 zei terloops dat de ziekenwagen van het UZ naar diezelfde straat aan het rijden was voor een tweede oproep. Nu zijn wij ongeloofelijk snelle jongens, met als gevolg dat we als eerste ter plaatse kwamen. In het begin van de straat zat een meisje op de openbare weg met een astma-aanval. Zoiets maakt het natuurlijk moeilijk voor ons. Je kan maar moeilijk iemand met een astma-aanval voorbijrijden met de ziekenwagen, en je kan ook moeilijk in het begin van de straat blijven wachten, terwijl wat verder in de straat iemand met een hoofdwonde op de ziekenwagen wacht.
Op zo'n moment moet je dan improviseren. Mijn collega stapte uit met een fles zuurstof en ontfermde zich over het astma-patiëntje, in afwachting van de aankomst van de tweede ziekenwagen. Ikzelf reed met onze wagen door tot op de plaats van onze oproep. Terwijl ik dit deed werd ik bekogeld met lege blikjes en bekers bier. Ik maakte bij mezelf de bedenking dat ik "weer goe bezig" was, want het is bij de dienst 100 ten eerste streng verboden om alleen naar een oproep te rijden, en bovendien mogen we ook niet zonder politiebegeleiding die studentenbuurt binnenrijden, omdat onze ziekenwagens daar vaak beschadigd worden. Toen ik op de plaats van de oproep kwam bleek er niemand aanwezig te zijn met een hoofdwonde. Na wat rondvragen maakte iemand mij duidelijk dat het meisje in kwestie binnen in een horeca-zaak zat. Dus ging ik naar binnen, wat ook al niet echt katholiek is, want dat betekende dat ik mijn ziekenwagen alleen achterliet tussen een duizendtal dronken jongeren. Uiteindelijk kon ik het meisje lokaliseren en bracht ik haar samen met haar vriendinnetje naar mijn ambulance. Ik liet hen instappen en reed terug naar de voorkant van de straat, naar mijn collega. Alweer een regel overtreden: een patiënt vervoerd zonder begeleiding. Foei, foei, foei ...
Alternatieve DGH-techniekenMen zegt wel eens dat je nooit te oud bent om te leren. Dat is zeker het geval voor de ambulancesector. Als je er een beetje voor open staat kan je bijna dagelijks dingen leren uit de creativiteit van je collega's. Echt waar!
Na meer dan elf jaar actief te zijn in de dringende medische hulpverlening ben ik er achter gekomen dat er zoiets bestaat als "alternatieve ambulancierstechnieken". Als enthousiast blogger vind ik het dan ook mijn plicht om deze praktische knepen van het vak te inventariseren.
Neem nu als voorbeeld een oproep voor iemand die een bloedneus opgelopen heeft. Niets is zo vervelend voor de ambulanciers als het feit dat zo'n patiënt dan met zijn bebloede handen allerlei zaken aanraakt in de ziekenwagen. Ik denk bij voorbeeld aan de leuningen van het zeteltje, de handvaten die men kan vastnemen bij het instappen, en noem maar op. Om nog maar te zwijgen van ons uniform. Vandaag ben ik erachter gekomen dat er een alternatieve techniek bestaat om hier een oplossing te bieden. 't Is eigenlijk poepsimpel: je laat de patiënt twee plastic handschoenen aantrekken voor hij instapt.
Een ander voorbeeld van een alternatieve techniek is de manier waarop sommige van mijn collega's een nierbekkentje geven aan dronken patiënten die moeten overgeven. Ze duwen het nierbekkentje namelijk gewoon in het gezicht van de patiënt, waardoor deze echt alles doet wat hij kan om niet over te geven.
Een andere collega van mij vond ik enkele weken geleden ook schitterend. We moesten een oud dametje naar het ziekenhuis brengen. Ze kon eigenlijk zittend vervoerd kon worden, maar ... we kwamen plots tot de conclusie dat ons opstapbankje voor oude-dametjes-die-eigenlijk-nog-kunnen-zitten verdwenen was. Wat deed mijn collega? Hij nam de interventiekoffer, en plaatste die op de grond, vlak voor de schuifdeur, zodat het oude dametje makkelijk kon instappen. Detail: zo'n koffer kost leeg 20.000 BEF. Geeft het niet?
En dan is er tenslotte nog de klassieker in verband met het openknippen van de kledij van een reanimatie-patiënt: bij regenachtig weer bestaat de truuk erin om de kledij van de patiënt zodanig open te knippen dat je met je knieën droog zit tijdens de reanimatie. SchandeVoor mijn blog-lezers die dit nog niet weten: ik combineer mijn job als ambulancier met studies verpleegkunde in het afstandsonderwijs. Het toeval wil dat één van mijn collega-studenten langs een aanrijroute woont, die we vaak gebruiken om naar het universitair ziekenhuis te rijden. Gisterenavond moesten we een patiënt overbrengen naar dat UZ. Ik nam de route die langs haar appartement loopt. Zoals ik al een paar keer gedaan had zette ik in het begin van haar straat de sirene even op. Strikt genomen proberen we zoveel mogelijk te vermijden om te rijden met de sirene aan terwijl we een patiënt aan boord hebben. Maar, als ik in de straat van mijn klasgenootje passeer kan ik niet weerstaan aan de verleiding om de tuutie-taatie even aan te zetten.
En dan gebeurde het ...
Ik had nog maar net de sirene aan en af gezet, toen mijn collega van langs de achterkant riep: "hey, Polle, STOPPEN ... Die achterdeur vliegt hier open".
Verbaasd keek ik in de bolle achteruitkijkspiegel die in de ziekenwagen hangt om als bestuurder de ganse medische cel te kunnen overzien. Ik zag de achterdeur daadwerkelijk openbengelen. Mijn eerste reactie was onze klassieke uitspraak: "allé, zunne ...".
Ik zette het voertuig meteen aan de kant en stapte naar de achterkant van de ziekenwagen. "Weer goe bezig", dacht ik bij mezelf, "ècht weer heel goe bezig ...".
Met een luide knal klapte ik de achterdeur dicht en ging terug achter het stuur zitten. Tegen dat ik aan het einde van de straat was kreeg ik al een sms'sje van mijn klasgenootje. "Deur nie goe gesloten?"
Wat een schande. .. Wat een afgang ...
Het grappige aan de historie is echter wel dat de patiënt het plots weer veel beter deed. De brave man had een CVA. Voor de leken: een hersentrombose. Het typische beeld van zo'n patiënt is dat ze halfzijdig verlamd zijn en een scheve mond krijgen, waardoor ze niet meer kunnen praten. Toen we aankwamen in het UZ waren al die verschijnselen volledig verdwenen.
Nu heb ik zo mijn eigen theorie over deze casus: wellicht heeft die man een adrenaline-stoot van jewelste gekregen, toen de achterdeur van de ziekenwagen plots open vloog. Hij zal waarschijnlijk gedacht hebben dat hij er uit zou vallen. Door die adrenaline-stoot zal het verstoppingske in zijn hersenen prompt doorgeblazen geworden zijn. Probleem opgelost.
Wat zijn we toch goeie ambulanciers !
|
|
|