Paulytrauma's profilePaulytrauma's blogBlogLists Tools Help

Blog


    Gewoontebellers

     
    Volgens de statistieken is er per 24 uur gemiddeld 1 levensbedreigende urgentie per 11.000 inwoners. Dit blijkt een universele constante te zijn voor alle geïndustrialiseerde landen. Dit brengt dus met zich mee dat er in België per dag dus een dikke 900 levensbedreigende urgenties zijn. Hierdoor wordt jaarlijks 3% van de bevolking geconfronteerd met acuut levensgevaar. Iedere Belg wordt dus in de loop van zijn leven gemiddeld 3 keer slachtoffer van een acute levensbedreigende situatie.
     
    Let wel, dit is een gemiddelde waarde. Er zijn dus heel wat mensen die nooit acute medische zorgen nodig hebben, en... er zijn ook mensen die in hun leven mèèr dan drie keer beroep moeten doen op de hulpdiensten voor acuut levensgevaar. Er zijn bij voorbeeld ook mensen die 10 tot 20 keer dringende hulp nodig hebben. Er zijn zelfs mensen die bijna wekelijks beroep doen op de hulpdiensten.
     
    En dan heb je de bewoners van een appartementje waar we vanavond geweest zijn. Zij doen zo vaak beroep op de hulpdiensten, dat de buren met een alcoholstift een pijl aangebracht hebben op de deurbel. Naast de pijl hebben ze "dienst 100" geschreven. Ze deden dit omdat ze het kotsbeu waren dat de hulpverleners van de dienst 100 altijd op de verkeerde bel duwen. Voor ons is dit uitermate gemakkelijk: als we ter plaatse komen weten we meteen op welke bel we moeten drukken. Mocht iedereen dit doen, zouden we nooit meer moeten zoeken naar de juiste bel - of redeneer ik nu verkeerd?
     
    Mocht er een prijs bestaan voor de meest absurde vermelding op een deurbel, dan denk ik dat deze deurbel een goeie kans maakt.
     
     
     
     

    Echtelijke ruzie

     
    Omstreeks 07u00 's morgens kregen we weer zo'n typische oproep binnen, waarbij de dispatcher van het hulpcentrum 100 zei dat hij "niet precies wist wat er aan de hand was". Het ging om een franstalige dame die gebeld had en iets zei omtrent iemand die iets gebroken had. Een beginnend ambulancier zou dan denken dat iemand een been of een arm gebroken heeft, maar na 12 jaar bij de dienst 100 weet ik uit ervaring dat er zelden een traumatologische reden achter zo'n oproep zit.
     
    Voor wie het nog niet door had: wij hàten oproepen waarvan de dienst 100 "niet precies weet wat er aan de hand is".
     
    Toen we ter plaats kwamen bleek het adres van de oproep een apartement te zijn. Er stond een raam open op de eerste verdieping en tot onze grote verbazing lag onder dat raam een berg huisraad: potten, pannen, CD's en DVD's, planten, kledij, een salontafeltje, enkele rietstoelen, een GSM, en noem maar op. Naast het appartement stond een geparkeerde wagen die ook in de brokken gedeeld had: een bloempot was kennelijk in de voorruit terechtgekomen. "Dat wordt dus Carglass...", merkte mijn collega fijntjes op toen we naar de voordeur stapten.
     
    Binnen het appartement hoorden we roepen en tieren, afgewisseld met het geluid van sneuvelend huisraad. Toen we aanbelden kwam een man door het open raam hangen. Hij deed ontspannen teken dat alles in orde was en zei dat hij zou komen opendoen. Van zodra hij terug van achter het raam verdween ging het getier verder. Op dat moment vonden we het aangewezen om via de ASTRID-radio bijstand van de politie te vragen.
     
    Het appartement was herschapen tot een waar slagveld. De eettafel lag op haar zijkant, overal lagen glasscherven op de grond, en alles wat kapot geslagen kon worden was kapot. Zelfs de deurtelefoon was aan diggelen geslagen, wat meteen verklaarde waarom de man naar beneden moest komen om de deur open te maken. Blijkbaar was hij getrouwd met een franstalige dame die afkomstig was van Costa-Rica. Toen we boven kwamen ging de ruzie gewoon verder. Beide huwelijkspartners sloegen elkaar verwijten naar de oren die niet voor publicatie op dit blog vatbaar zijn. De franstalige dame had duidelijk al een aardig mondje Nederlands geleerd, want op een bepaald moment riep ze: "et toi, tu es ne klootzak".  Kwestie van zich te integreren in Vlaanderen. De man antwoordde daarop dat alle vrouwen uit Costa-Rica alleen maar goed zijn om te (...), waarop de vrouw zich omdraaide, haar kont uitstak en riep "eh bien, vas-y".
     
    Mijn collega en ik besloten wijselijk om niet tussen te komen. Een tiental minuten later was de politie ook ter plaatse om de zaak verder af te handelen. Ik begrijp alleen nog steeds niet waarom die vrouw naar de dienst 100 gebeld had.
     

    Voertuig tegen bromfiets - Deel 3

     
    Eén van de leukste aspecten van onze job is dat we regelmatig patiënten terugzien.
     
    Enkele weken geleden heb ik op mijn blog een verhaaltje gepost met als titel "voertuig tegen bromfiets".  Het was het verhaal van een oproep die uiteindelijk om een vechtpartij bleek te gaan. Een Turkse café-baas had een flink pak slaag gekregen. Hij was stomdronken en wou niet mee naar het ziekenhuis. "Geen ziekenhuis; geen doktoors". Enkele dagen later hadden we een tweede oproep voor dezelfde kerel, die opnieuw een pak slaag gekregen had. Net als de vorige keer was hij opnieuw behoorlijk beschonken en andermaal wou hij zich niet laten verzorgen. Voor mij was dat meteen de aanleiding om op mijn blog een posting "voertuig tegen bromfiets - deel 2" te plaatsen.
     
    Vandaag hebben we die man voor de derde keer gehad. Deze keer moesten we niet in zijn café zijn, maar in de straat waar hij woont, vlak voor zijn voordeur. Hij lag stomdronken op de stoep. Ik herkende hem meteen. Toen we zeiden dat we hem wilden meenemen naar het ziekenhuis murmelde hij iets in de aard van "nie ziekenhuis, weg ...". Hij was echter zo dronken dat hij gewoon onverstaanbaar was. Hij proberde rechtop te kruipen om weg te gaan maar ook dat lukte niet. Zijn evenwichtsorgaan liet hem in de steek. Toen had ik zoiets van: "hah, nie ziekenhuis, ... deze keer is er geen ontkomen aan. Willen of niet: jij gaat met ons mee voor een ritje met onze tuutie-taatie". Hij probeerde nog van de brancard te geraken, maar tevergeefs: we hadden hem stevig vastgemaakt met onze riemen.
     
    Ik had er eigenlijk echt wel mijn plezier is dat hij deze keer gewoon tè dronken was om veel weerstand te bieden. Natuurlijk wèl spijtig voor de mensen in het ziekenhuis, die hun tijd wellicht ook liever aan echt zieke mensen besteden in plaats van dronkaards (dus, Sorry Katrien ;-) maar we konden hem ook niet op straat laten liggen(1).
     
    Toen we enkele uren later binnen kwamen met iemand die in één van de Gentse leie-armen terecht gekomen was, vernam ik van de verpleegkundige dat hij na een kort onderzoek door de arts ter beschikking van de politie gesteld werd, en de rest van de nacht in de cel doorbracht. Opgeruimd staat netjes!
     
    _______________
     
    (1) Ok, ik geef het toe: we konden hem ook rechtop helpen en hem thuis in zijn bed steken. Maar dan hadden we nooit de voldoening gehad die we kregen toen we hoorden dat hij in de cel zat.
     
     

    Bromfiets tegen voertuig - deel 2

     
    Enkele dagen geleden schreef ik een verhaaltje over een oproep naar aanleiding van een bromfiets tegen een voertuig, die uiteindelijk om een vechtpartij bleek te gaan.
     
    Vorige nacht zijn we opnieuw uitgestuurd naar hetzelfde café, waar diezelfde man alweer dzjoef gekregen had. Net als de vorige keer wou hij opnieuw geen klacht neerleggen en weigerde hij onze hulp. De glasscherven van de vorige vechtpartij lagen nog steeds in het café. Van een déjà-vu gesproken. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om eens naar de achterkant van zijn hoofd te kijken. Hij had een tiental hechtingen zitten, wat betekent dat hij na onze eerste oproep blijkbaar toch naar een dokter of een ziekenhuis geweest is.
     
    Blijkbaar zou het hier om een openstaande schuld gaan. Volgens de politie is het een gebruik bij onze Turkse medemensen om nu en dan eens langs te gaan bij mensen die je nog geld moeten. Traditiegetrouw horen daar enkele rake klappen bij, kwestie van er zeker van te zijn dat men het bedrag niet vergeet.
     
    Het enige wat ik nu nog wil weten is waarom zoiets altijd na drie uur 's nachts moet gebeuren?

    It's my brother

     
    We hadden net een zware nachtshift achter de rug. Omstreeks 08u00 's morgens reden we vauit één van de Gentse ziekenhuizen terug naar onze standplaats. We veronderstelden dat we wellicht onze laatste oproep beantwoord hadden. Normaal zouden we dan rustig onze papierwinkel afgewerkt hebben en ons voertuig terug tip-top in orde gebracht hebben, zodat we om 09u00 door twee frisse collega's (?) van de dagploeg afgelost konden worden.  
     
    Het hulpcentrum 100 had echter andere plannen met ons, want plots riepen ze ons via de ASTRID-radio op: "Life-Care 1; begeef u dringend naar de overpoortstraat; daar ligt een bebloed koppel dat niet meer reageert; we sturen eveneens de MUG van het UZ en een tweede ziekenwagen ter plaatse". Op zijn minst vonden we dit een vreemde oproep: een koppel dat blijkbaar bewusteloos en bebloed op de straat lag om 08u00 's morgens... Wij veronderstelden in eerste instantie een soort misdrijf. Misschien werden ze wel aangevallen door iemand met een mes of zo?
     
    Ter plaatse aangekomen troffen we een vreemd tafereel aan: midden de straat zat er een neger helemaal onder het bloed op zijn knieën naast een tweede neger die neer lag op de grond. De neger die op de grond lag had een lelijk gekneusde neus, dikke gezwollen lippen, en wat ons nog het meeste opviel: rond hen lagen er allerlei vlokken rasta-haar. De neger die recht zat op zijn knieën riep ons wenend toe: "It's my brother, man !!!  Help him, it's my brother !!!"
     
    Wij veronderstelden dat die twee op één of andere manier aangevallen werden. We namen meteen alle standaard maatregelen die we altijd nemen wanneer het ons niet echt duidelijk wat er precies aan de hand is: controle van de vitale parameters, halskraag, zuurstof, ... en niet te vergeten: een grondige controle op steek- of schotwonden. Ondertussen probeerden we te achterhalen wat er precies gebeurd was. Die andere neger bleef echter maar roepen: "help my brother, man, ..."  Ik antwoordde met een beheerste stem: "Calm down, sir, we will help your brother, but I need you to tell me exactly what happend". De neger bedankte ons heel emotioneel voor het feit dat we zijn kompaan hielpen: "oh, thank you, man, ... thank you for my brother ...", maar hij zei niet wat er precies gebeurd was.
     
    Terwijl we met onze hulpverlening bezig waren kwam de politie eveneens ter plaatse, die promt de ooggetuigen begonnen te ondervragen. Toen bleek dat die twee negers midden de straat met elkaar slaags geraakt waren. Ze hadden elkaar flink wat deftige vuistslagen toegediend en aan elkaars haar getrokken, in zoverre zals dat er overal vlokken rasta-haar op de grond lagen. Toen één van hen knock-out geslagen was ging de andere er op zijn knieën naast zitten om zijn hoofd vast te houden, en is daar zo blijven zitten tot wij ter plaatse kwamen.
     
    Onder begeleiding van de MUG brachten we samen met de collega's van Life-Care 2 de beide negers over naar het ziekenhuis Jan Palfijn, waar alle artsen en verpleegkundigen op de spoedopname duidelijk gespecialiseerd zijn in dergelijke gevallen.
     
    Het toppunt van de ganse oproep was echter toen op die spoedopname bleek dat de politie de identiteit van één van de negers niet kon achterhalen. Naiëf als ik ben dacht ik dat ik de agenten behulpzaam was door hen erop te wijzen dat het twee broers waren van elkaar. "Twee broers?", reageerde die ene agent verwonderd, "dat kan niet: dienen enen is van Jamaica en dienen anderen zou van Kameroen zijn, en ze hebben elkaar pas gisterenavond leren kennen". Ik antwoordde nog: "jamaar, hij zei voortdurend 'it's my brother' ..." en ondertussen besefte ik hoe dom mijn opmerking was. Eén van de verpleegkundigen maakte cynisch met zijn vingers een V-teken in mijn richting en zei "Yeah, peace, my brother".  
     
    Tegen de middag hebben de beide brothers dan uiteindelijk samen het ziekenhuis als goede vrienden verlaten.
     

    Brommer tegen voertuig

     
    Soms heb ik medelijden met de mensen die in de 100-centrale de oproepen moeten beantwoorden. In sommige gevallen is het immers zeer moeilijk om te achterhalen wat er precies gebeurd is. De oproepers zijn vaak in paniek wanneer ze de dienst 100 moeten bellen, en in een grote stad als Gent heb je ook nog eens het probleem dat er veel migranten zijn die onze taal onvoldoende beheersen om een noodoproep correct te formuleren. Voor de mensen van de 100-centrale is het vaak onmogelijk om de juiste informatie te verkrijgen.
     
    Neem nu een oproep die we enkele dagen geleden binnenkregen. Kort na middernacht werden we op onze alarmlijn gebeld door het hulpcentrum 100: "Ja, kunt ge ne keer rijden naar de Land van Waaslaan? D'r moet daar ievers nen bromfiets onder nen auto zitten ofzo. Maar dienen oproep komt wel van iemand die geen nederlands sprak. Ik had dan gevraagd om iemand anders aan d'n telefoon te krijgen, maar 't was nog erger, dus ja ... ze roepen daar iets van nen brommer en dat er dringend nen ambulans moe komen."
     
    Wij dus prioritair naar de Land van Waaslaan.
     
    Ter plaatse aangekomen zagen we ter hoogte van een Turks café een groepje Turkse jongeren op straat staan. Toen ze onze ziekenwagen zagen aankomen wuifden met hun armen en riepen ze opnieuw "ambulans, ambulans", waardoor we wisten dat we wel degelijk dààr moesten zijn, alleen zagen we daar geen enkele bromfiets. Meer nog: we zagen eigenlijk ook geen gewonden. De menigte deed echter teken dat we naar binnen moesten gaan in het café. We namen onze interventiekoffer en een fles zuurstof en stapten het café binnen. Op de vloer zagen we overal glas liggen. Toen we even rondkeken zagen we dat de ruiten aan diggelen geslagen waren. Wat verder zat een Turkse man van middelbare leeftijd met een bebloed hoofd met flink een glas raki voor zijn neus. Voor wie niet multi-cultureel is: raki is een sterke alcoholische drank (45°) met anijssmaak die vooral in Turkije en Griekenland gedronken wordt, en bij ons vaak voorkomt in Turkse café's.
     
    Uiteindelijk bleek dat die man de uitbater was van het café. Om redenen die ons totaal ongekend gebleven zijn zou er plots een groepje potige Turkse kerels het café binnengestormd zijn, en hem prompt enkele rake klappen toegediend hebben met een baseball-knuppel. Vervolgens hebben ze wat glazen en ramen aan diggelen gemept en zijn ze weggereden ... op een brommer. Toen pas werd de oorspronkelijke oproep ons helemaal duidelijk.
     
    Nu bleek echter dat die man totaal geen verzorging wou. Hij nipte gewoon nu en dan eens van zijn glas raki om te bekomen. Gelet op de sporen van geweld verwittigden wij via de radio het hulpcentrum 100, en vroegen we bijstand van de politie. Ondertussen probeerden we de man te overtuigen om met ons mee te gaan naar het ziekenhuis om zijn hoofd te laten verzorgen. Hij kon best wel een paar hechtingen gebruiken, en een CT-scan van zijn schedel zou ook niet bepaald en verkwisting van middelen geweest zijn, maar hij bleef voet bij stuk houden: "geen ambulans, geen hospital, geen doktoors". Toen de politie ter plaatse kwam ging hij zelfs zover dat hij geen klacht wenste neer te leggen. Hij verklaarde dat hij wist wie hem geslagen had, maar wou niet zeggen wie, en wou zeker geen klacht neerleggen.
     
    Toen ik één van de agenten ons document voor weigering van verzorging liet tekenen maakte hij fijntjes de opmerking: "'t moe zijn dat hij goe weet waarom da z'm afgeslagen hebben ..."
     
     
     
     

    Echtelijke ruzie

     
    Vandaag een leuk oproepje gehad voor een echtlijke ruzie tussen twee moslims.
     
    De lokale politie vroeg twee ziekenwagens, wat op zich ongebruikelijk is. Bij de dienst 100 hebben we namelijk de gewoonte om enkel voor zwaar gewonden telkens aparte ziekenwagens in te zetten. Echtelijke ruzies kunnen wel eens uit de hand lopen, waardoor mensen gewond raken, maar die zijn zelden zwaar gewond, dus kunnen alle slachtoffers gerust in één enkele tuutie-taatie. Voor het incident van deze middag vroegen ze dus twee ziekenwagens. Dit was dus niet omdat ze zwaar gewond waren, maar gewoon omdat de politie er niet in slaagde hen uit elkaar te houden. De wetsdienaars vreesden ervoor dat de ambulance het niet zou overleven en vroegen dus twee aparte voertuigen.
     
    Ter plaatse aangekomen bleek meneer zijn echtgenote met bakstenen gestenigd te hebben. Blijkbaar komt dit ietwat verouderd gebruik ook in de Koran voor (ik dacht dat dit enkel in de Bijbel stond). Mevrouw had zich van haar kant verdedigd door haar echtgenoot eens deftig met de koevoet te bewerken.
     
    Onze verbazing was echter het grootst toen mijn collega naar de man stapte. Deze zei meteen: "Ja, kijk maar naar mij, hé. Ik heb hulp nodig. Zij niet. Naar haar moet je niet kijken. Ze bloedt niet eens". Mijn collega probeerde met alle diplomatie van de wereld uit te leggen dat we alle slachtoffers helpen. Veel gehoor kreeg hij niet, want van zodra hij in de ziekenwagen lag was hij heel druk bezig met zijn GSM naar zijn advokaat aan het bellen.
     
     

    Vaste klanten

     
    Iedere 100-dienst heeft zo zijn "vaste klanten". Dit zijn patiënten die vaak bellen. Als buitenstaander zou je verwachten dat het hier om zwaar zieke mensen gaat, doch in de praktijk blijkt dit niet het geval te zijn.
     
    Zo hebben we een bekend adres waar een alleenstaande vrouw woont met een behoorlijk drankprobleem. Voor zover ze over voldoende geld beschikt om blikjes bier en flessen wijn te kopen heeft ze de 100-dienst niet nodig. Maar ... als het geld op is besluit ze voor zichzelf dat het maar eens tijd wordt voor een ontwenningskuur. Ontwennen doe je best in een ziekenhuis, en om daar te geraken bel je de ziekenwagen. Waar wij soms wel een probleem mee hebben is dat ze meestal rond 4 uur in de morgen besluit om te ontwennen, en als we dan ter plaatse komen blijkt dan nog dat ze maar liefst 6 tassen bagage wil meenemen naar het ziekenhuis. Het grappige aan die mevrouw is ook dat ze in een appartement zonder electriciteit woont. Die is vorig jaar al afgesloten omdat ze de rekeningen niet betaalde. Normaal hebben die mensen recht op een beperkte electriciteitsvoorziening, maar ze heeft nooit de moeite willen doen om de nodige papieren daarvoor in te vullen.  
     
    Een andere gekende patiënt is een bejaard dametje dat wat dement is. Ze belt regelmatig naar het noodnummer 100 om de meest uiteenlopende redenen. De laatste keer belde ze omdat er "valse lucht" in haar aquarium zat.
     
    Tenslotte hebben we ook een lijstje met namen van patiënten die in geen enkel ziekenhuis meer binnen mogen. De wet op de dringende geneeskundige hulpverlening van 1964 stelt echter dat de 100 verplicht is om op alle oproepen te reageren, en dat een ziekenhuis met een erkende spoedopname verplicht is om alle patiënten die via de 100 binnengebracht wordt effectief ook op te nemen. Misschien moeten er eens wat punten en komma's bijgeschaafd worden aan die wet?

    Defenestratie

     
    Het valt mij keer op keer op dat je in grote steden een ander type oproepen hebt dan op het platteland. Vorige nacht kwam ik opnieuw tot die vaststelling, toen we voor de tweede keer op drie maand bij een "defenestratie" kwamen. Voor de leken: da's gewoon een moeilijk woord om aan te duiden dat iemand uit een raam gevallen is. Let wel, "gevallen" is hier eigenlijk niet het juiste woord: meestal springen ze er uit. Zo ook onze patiënt van vorige nacht. 

    Het was rond 4 uur in de morgen toen de centrale ons opriep voor een persoon die onder een open raam aangetroffen werd en "nauwelijks nog reageerde". Ongeveer 5 minuten na de oproep kwamen we gelijktijdig met een MUG-team aan op de plaats van de oproep. We vonden er een jonge dame van ongeveer 30 die inderdaad op de stoep lag. Vlak boven haar een open raam waar een matras voor de helft uit stak.  

    Wat daar precies gebeurd is weten we op het ogenblik van de feiten nooit. We vertrekken zelfs meestal met dergelijke patiënten zonder dat we er de naam van kennen, laat staan dat we weten wat hen overkomen is. Meestal wordt het plaatje pas daags nadien duidelijk, nadat de dokters de patiënt uitvoerig onderzocht hebben en nadat de politie een onderzoek ingesteld heeft.

    Onze patiënte van gisteren bleek onder invloed te zijn van een cocktail van diverse soorten drugs. Dit deed me meteen denken aan die eerdere defenstratie van enkele maanden geleden, waar we een poedelnaakte jongeman op straat aantroffen onder een open raam: ook hij was onder invloed van drugs uit het raam gesprongen.

    Blijkbaar veroorzaken die drugs een soort drang tot vliegen. Die drugs komen op het platteland minder voor, waardoor je dat soort dramatische situaties ook zelden ziet.

    Hoe dan ook sta je er onbewust toch bij stil dat die producten echt jonge mensenlevens compleet kapot maken.