| Paulytrauma's profilePaulytrauma's blogBlogLists | Help |
TengelsIn mijn blog neem ik regelmatig verhaaltjes op over mensen die de dienst 100 bellen voor de meest bizarre redenen. Vanavond hadden we er weer zo eentje. De oproep kwam binnen als iemand die gevallen was. Bij aankomst ter plaatse zei die persoon dat hij "in de tengels gevallen was". Het grappige eraan was dat ik niet wist wat tengels waren, dus dacht ik al aan een zwaar levensbedreigend trauma. Ik kom uit West-Vlaanderen. Hoe kan ik weten dat ze hier "tengels" zeggen als ze het over netels hebben. Tot overmaat van de ramp bleek dat de plaats waar hij "getengeld" was vrij bizar te zijn. Het ging namelijk om zijn zitvlak. Prompt liet hij zijn short zakken en toonde hij ons zijn bloot achterwerk, waarop mijn lieve collega prompt zei: "ja, t'is goe, jong, toon da maar aan mijn collega, hij zal d'r wel naar kijken". En jawel, zijn kont stond daadwerkelijk vol bubbels. Veel hebben we er niet aan gedaan. We hebben hem eens goed duidelijk gemaakt dat je niet naar de hulpdiensten mag bellen voor een genetelde kont. PietEnkele maanden geleden schreef ik een stukje over gewoontebellers. Ik had het toen over een koppel dat in een appartementje woont en zo vaak naar de dienst 100 belt dat de buren met een alcoholstift "Dienst 100 hier bellen" op de deurbel geschreven hebben. We hebben deze morgen opnieuw een oproep gehad voor datzelfde adres. Zijn voornaam is Piet.
Traditiegetrouw troffen we Piet aan in zijn bed: slecht aanspreekbaar, bleek, zweterig. Hij zweefde zo ergens tussen somnolent en subcomateus. "Allé, zunne, ... is 't weer van da?" Met wat porren tussen zijn ribben en een paar veneinige pijnprikkels op het kaakgewricht kregen we toch enige reactie. We heben zo onze truukjes om het bewustzijn te evalueren.
Piet woont samen met zijn vriendin. Van haar weten we dat ze enorm veel van hem houdt en dat ze graag piano speelt. Op zich een normale situatie, zou je denken, ware het niet dat ze vooral 's nachts om 03u00 achter haar klavier zit en daarbij poedelnaakt is.
Zijn vriendin wees er ons op dat hij medicatie genomen had en haalde een 15-tal lege blistertjes te voorschijn. Goed voor een 250-tal pillen, waaronder kalmeermiddelen, slaapmiddelen, anti-depressiva en noem maar op. Nu weten we van Piet dat hij een redelijk goede lever heeft - althans voorlopig nog - dus dachten we dat hij wel tegen een stootje kon. We besloten geen MUG te vragen. MUG-bijstand is voor mietjes. We sleurden hem in zijn slaperige toestand van de trap af - echt vriendelijk zijn we niet tegen onze vaste klanten - en voerden hem het ziekenhuis binnen.
Toen we enkele uren later een andere patiënt in datzelfde ziekenhuis binnenbrachten - mèt MUG-begeleiding deze keer - vroeg ik aan de verpleegkundige hoe het met Piet gesteld was. "Pas trop bien" antwoordde hij, "hij is geïntubeerd en ligt aan een bademingsmachine op intensieve zorgen". Het grappige eraan is dat het alcohol-promillage in zijn bloed verwaarloosbaar was. Voor het eerst in maanden was Piet nuchter. Zijn gedaald bewustzijn was puur het gevolg van de inwerking van de medicatie op zijn zenuwstelsel. Op de spoedopname bleef zijn toestand erger worden, waardoor ze besloten hebben hem te intuberen en nar intensieve zorgen te brengen.
Zo zie je maar dat je steeds moet uitkijken met gewoontebellers. Vroeg of laat hebben ze iets srerieus.
Ze hebben iets in mijn drankje gedaan!Deze nacht hadden we een oproep voor iemand met hartkloppingen. De alarmcentrale van de 100 gaf ons een privaat adres door ergens aan de rand van de stad. Toen we ter plaatse kwamen stond een jongeman ons op te wachten in zijn straat. "'t Is voor mij" zei hij toen we hem benaderden.
Op het eerste zicht zag hij er redelijk normaal uit. Hij stond recht, ademde normaal, had een normale huidskleur en noem maar op. De ervaring leert ons dat kritieke patiënten ons zelden of nooit op straat staan op te wachten, laat staan dat ze zelf zeggen dat het voor hen is. Kritieke patiënten liggen meestal bewusteloos op de grond... Onze patiënt van vannacht deed ons een vreemd verhaal dat vrij verward overkwam. Hij zei namelijk dat hij vaak last heeft van hartritmestoornissen en dat ze op de Gentse Feesten iets in zijn drankje gedaan hadden, en dat zijn hart nu "oversloeg".
Een "overslaand hart" doordat ze iets in zijn drankje gedaan hadden op de Gentse Feesten... "Yeah, right" denken wij dan bij onszelf.
We nemen echter steeds het zekere voor het onzekere, en besloten de man aan de monitor te leggen. De vitale functies bleken volledig in orde te zijn. Terwijl we de man rustig naar het ziekenhuis brachten werd hij echter plots onwel en begon hij te braken. In het braaksel vonden we ganse delen van een broodje terug. "Meneer, heeft u een braadworst gegeten op de Gentse Feesten?" De patiënt antwoordde bevestigend. "Meneer, kan het zijn dat u uw eten nooit goed kauwt?"
Eens de restanten van zijn onverteerde braadworst met uien uit zijn maag verwijderd was voelde hij zich op slag een stuk beter. Tot zover de theorie van de snodaards die iets in zijn drankje gedaan hadden.
Gentsche fiesteHet is een tijdje stil geweest op mijn blog. Mea maxima culpa. Dat komt door een samenloop van omstandigheden, waaronder mijn examens voor mijn eerste jaar verpleegkunde, een heleboel werk en "nu en dan eens een paar overuurkes", en noem maar op. Het doet me echter deugd dat ik van veel mensen de vraag kreeg of ik gestopt was met mijn blog, wat me stimuleert om terug achter het klavier te gaan zitten.
Deze week zijn er Gentse Feesten in 't stad, of "Gentsche fieste" zoals ze dat hier zo mooi kunnen zeggen. Ik ben er nog niet helemaal uit of dat nu een hoogtepunt of een dieptepunt is voor de ambulanciers in de Arteveldestad. Qua aantal ritten is het duidelijk een hoogtepunt, qua pathologie eerder een dieptepunt. Het overgrote deel van de patiënten die we vervoeren tijdens die week zijn gewoon dronken. Qua alcohol-promillages zijn de feesten dan weer een hoogtepunt.
Ik heb het genoegen gehad om tijdens de beide vrijdagnachten van de Gentse Feesten te moeten werken. Ik werk meestal in shifts van 24 uur. Mijn eerste feest-shift begon op vrijdagmorgen, en we hadden al meteen prijs: de eerste oproep was meteen een alcohol-intox. Blijkbaar iemand die niet kon wachten tot de feesten officiëel van start gingen. De laatste oproep van de shift was ook een alcohol-intox, en meteen een deftige. De oproep kwam van een verontruste vrouw die omstreeks 08u00 's morgens de dienst 100 belde omdat haar man "raar ademde". Onder normale omstandigheden is dit een MUG-indicatie, maar tijdens de Gentse Feesten zijn er duidelijk andere protocollen van toepassing. Toen we ter plaatse kwamen bleek die ademhaling zodanig onderdrukt te zijn door de inwerking van alcohol op het zenuwstelsel dat we effectief de MUG hebben moeten bijvragen.
Een pikant detail is dat alle interventies bij onze ambulancedienst een nummer krijgen. Sinds de invoering van het systeem zaten we tot voor kort ergens tegen de 100.000 aan te bengelen, en we waren al aan het speculeren wie nummer 100.000 zou passen. 't Moest natuurlijk lukken dat wij die interventie gelukt hebben, en je raadt het nooit: het was ook voor een intoxicatie met alcohol en pillen.
Voor de rest vielen de Feesten goed mee: een ziekenwagen van het Rode Kruis pendelt over en weer tussen de feestzone en de ziekenhuizen, en als die het niet meer kan bolwerken - of in panne valt - springen wij bij. Dan is er eens een ontploffingske van een frietkotje en daarna voeren we weer verder intoxen af naar het ziekenhuis.
GijzelingDinsdagmorgen, 08u17. Er komt een oproep binnen voor één van onze beide 100-wagens: "Goeie morgen, Life-Care 1 mag eens rijden naar de Brusselsesteenweg nummer zoveel in die gemeente. D'r is daar een madammeke dat blijkbaar door iemand opgesloten werd in een kelder, en ze zou gewond zijn aan haar been. De deur werd van buitenaf gebarricadeerd, dus normaal gezien moeten jullie binnen kunnen. D'n oproep komt van de politie".
Wij dus met onze tuutie-taatie naar de interventieplaats. Dergelijke oproepen beschouwen we niet als superdringend. Er is immers niets dat op levensgevaar wijst. Het madammeke had zelf met haar GSM kunnen bellen, dus zo erg kan het allemaal niet zijn. Toen we ter plaatse aankwamen zagen we de politie vanuit de andere richting komen. Ik parkeerde de ziekenwagen op de oprit. De interventieplaats was een soort kantoorgebouw. We stapten rustig uit. Mijn collega zei iets in de zin van: "allé, gaan we ne keer gaan kijken, zie".
Terwijl we uitstapten zagen we echter dat de politie met maar liefst drie voertuigen ter plaatse gekomen was en in de verte hoorden we nog loeiende sirenes. Toen beleefden we de schrik van ons leven: alle agenten trokken hun wapen en omsingelden het gebouw. 't Was precies zoals in een actiefilm. Met hun wapen in de aanslag bestormden ze het gebouw langs alle kanten, en wij stonden daar domverwonderd naar elkaar te kijken. "How zekers!?!", zei mijn (West-Vlaamse) collega, "ze gaan hier precies schieten!?!".
Wij dus alletwee weer in de ziekewagen en zo rap of we konden achteruit terug op de steenweg.
Achteraf bleek dat die dame door drie gewapende en gemaskerde gansters opgewacht werd toen ze op haar werk kwam. Ze hadden haar overmeesterd, gedwongen om het alarm af te zetten en te tonen waar het geld lag. Nadien hadden ze haar van de keldertrap gesleurd en opgesloten.
Ik heb het al eens aangehaald in één van mijn eerdere verhaaltjes: vroeg of laat gaan we eens niets vermoedend oog in oog staan met gewapende gansters.
Absurde redenen om de dienst 100 te bellenIk had eerder al enkele verhaaltjes gepost over mensen die omwille van absurde redenen naar de dienst 100 bellen. Denk bij voorbeeld maar aan die kerel die de 100 belde voor rugpijn, en vervolgens in afwachting van de ziekenwagen eerst nog met de fiets om sigaretten reed.
Deze week hebben we weer een paar mooie voorbeelden gezien van dergelijke oproepen. De absolute topper was een man die in een supermarkt de winkelbedienden vroeg om de 100 te bellen omdat hij zich onwel voelde, en vervolgens zijn boodschappen verder deed. Bij onze aankomst ter plaatse zei hij dat hij eerst nog snel even moest betalen aan de kassa, vooraleer hij mee kon naar het ziekenhuis.
Dan was er ook eentje die 's nachts om drie uur naar de 100 belde omdat hij een briefje van 20 euro ingeslikt had, wat op zich ook redelijk absurd was.
IllegalenEergisteren kregen we een niet-alledaagse oproep. En vrachtwagenchauffeur had tijdens het aanschuiven in een file vastgesteld dat er verstekelingen in zijn vrachtwagen zaten. De politie vertrouwde het zaakje niet helemaal en vroeg de dienst 100 om toch maar een ziekenwagen ter plaatse te sturen. Doordat onze standplaats zeer dicht bij de oprit van de autosnelweg is, waren we als eerste ter plaatse.
Het ging om een vrachtwagen met Ierse nummerplaten. Hij kwam van Calais, waar vermoedelijk een aantal illegalen in de vrachtwagen geklommen waren in de veronderstelling dat hij door de kanaaltunnel naar Engeland zou rijden. Ze waren er echter aan voor de moeite: de vrachtwagen kwam net door de tunnel en was op weg naar Nederland.
Grappig detail: bij onze aankomst ter plaatse bleek dat de vrachtwagenchauffeur de deuren van zijn voertuig gesloten gehouden had, uit vrees dat de illegalen zouden weglopen. Op zich zou je dit "clever thinking" noemen, ware het niet dat het om een frigowagen ging die een lading op -25°C vervoerde.
Al bij al viel het nog mee: nadat we de deuren van de vrachtwagen geopend hadden sprongen er in totaal 11 illegalen uit. Ze waren allemaal in goede gezondheid. Het gezelschap kwam uit Afghanistan. Ze hadden er een reis van 9 dagen op zitten om tot aan de kanaaltunnel te komen. Hun eerste vraag was in welk land ze waren. Toen ik zei dat ze in België waren, slaakten ze een zucht van opluchting. Blijkbaar is onze Belgische gastvrijheid gekend tot in Afghanistan. GewoontebellersVolgens de statistieken is er per 24 uur gemiddeld 1 levensbedreigende urgentie per 11.000 inwoners. Dit blijkt een universele constante te zijn voor alle geïndustrialiseerde landen. Dit brengt dus met zich mee dat er in België per dag dus een dikke 900 levensbedreigende urgenties zijn. Hierdoor wordt jaarlijks 3% van de bevolking geconfronteerd met acuut levensgevaar. Iedere Belg wordt dus in de loop van zijn leven gemiddeld 3 keer slachtoffer van een acute levensbedreigende situatie.
Let wel, dit is een gemiddelde waarde. Er zijn dus heel wat mensen die nooit acute medische zorgen nodig hebben, en... er zijn ook mensen die in hun leven mèèr dan drie keer beroep moeten doen op de hulpdiensten voor acuut levensgevaar. Er zijn bij voorbeeld ook mensen die 10 tot 20 keer dringende hulp nodig hebben. Er zijn zelfs mensen die bijna wekelijks beroep doen op de hulpdiensten.
En dan heb je de bewoners van een appartementje waar we vanavond geweest zijn. Zij doen zo vaak beroep op de hulpdiensten, dat de buren met een alcoholstift een pijl aangebracht hebben op de deurbel. Naast de pijl hebben ze "dienst 100" geschreven. Ze deden dit omdat ze het kotsbeu waren dat de hulpverleners van de dienst 100 altijd op de verkeerde bel duwen. Voor ons is dit uitermate gemakkelijk: als we ter plaatse komen weten we meteen op welke bel we moeten drukken. Mocht iedereen dit doen, zouden we nooit meer moeten zoeken naar de juiste bel - of redeneer ik nu verkeerd?
Mocht er een prijs bestaan voor de meest absurde vermelding op een deurbel, dan denk ik dat deze deurbel een goeie kans maakt.
Kadootjes voor dzjie-pieTijdens één van mijn vorige nachtshifts stuurde de dienst 100 ons naar "de Vooruit". Daar was een jongeman die de dienst 100 gebeld had met zijn GSM omdat "er iets raars aan de hand was" met hem. De centralist zei letterlijk: "je zal er waarschijnlijk plezier aan beleven, want hij klonk echt grappig aan de telefoon". Toen we ter plaatse kwamen stond de jongeman ons op te wachten op de stoep. Met een brede glimlach op zijn gezicht wuifde hij ons toe. Hij liep ietwat nerveus heen en weer en schudde voortdurend zijn hoofd. Toen we vroegen wat er scheelde antwoordde hij dat hij het ook niet wist. "'k weet echt nie wat er aan de hand is. Wow, man, wa is da ier mee mij? Da's nie meer normaal, zunne, woooooow".
Zijn vitale functies waren prima, dus lieten we hem plaats nemen op het bankje in de ziekenwagen en reden we rustig naar de spoedopname van het algemeen ziekenhuis Jan Palfijn. De verpleegkundigen die daar weken zijn duidelijk zeer gespecialiseerd in dit soort patiënten, want ze konden meteen een correcte diagnose stellen: amfetamines! Knappe mensen hoor, op die spoed. Toen we enkele uren later met een volgende patiënt naar "JP" (uitgesproken als "dzjie-pie") reden hadden ze het resultaat van zijn bloedanalyse. De waarden op het laboverslag wezen duidelijk in de richting van XTC. Ironisch detail daarbij is dat die tweede patiënt die we binnen brachten ook onder invloed was van drugs. Als je er bij stil staat voeren wij 's nachts in hoofdzaak intoxicaties binnen in JP: alcohol, pillen of drugs, of een combinatie ervan. Dit uiteraard tot grote vreugde van de verpleegkundigen. Ze zien ons echt graag komen. D'r zit zelfs eentje tussen die mij tegenwoordig "ganster" noemt. Foei, foei, foei...
Voor wat die "ganster" betreft moet ik zeggen dat ik haar ergens wel kan begrijpen. Laatst hadden we een patiënt met een overdosis pillen die geprobeerd had zijn polsen over te snijden. We hadden hem opgepikt in een soort opvang-centrum voor ex-gedetineerden. Normaal gezien was het dichtste ziekenhuis Sint-Lucas, maar de patiënt vroeg om naar Jan Palfijn gebracht te worden. Ik had er uit begrepen dat hij eerder al in dat ziekenhuis geweest was, en riep via de radio op naar de centrale om toelating te vragen voor JP "want de patiënt is daar gekend". Toen we met hem aankwamen op de spoedopname schoven ze zijn SIS-kaart in de computer, om tot de conclusie te komen dat hij helemaal geen dossier had in dat ziekenhuis. Er was dus eigenlijk geen enkele reden om naar JP te rijden. Daarmee waren ze een beetje kwaad op mij. Ik kon niet nalaten om te vragen of ze de patiënt een maagspoeling met actieve kool zouden geven (1).
Ik weet het, da's eigenlijk enorm stout van mij. Die arme verpleegsters opzadelen met een intox-patiënt die oorspronkelijk eigenlijk voor een ander ziekenhuis bestemd was en dan met een onschuldig gezicht vragen "of hij geen maagspoeling met actieve kool krijgt". Misschien komt het daardoor dat ze mij "ganster" noemt, ...
______________________
(1) Actieve kool is ee oplossing van koolstof in water die toegediend wordt na een maagspoeling om toxische produkten te neutraliseren. Die aktieve kool is echter een zwarte smurrie. Als je zo'n produkt via de maagsonde moet toedienen ben je als verpleegkundige vaak volledig beklad. Om die reden staan ze er niet echt voor te springen om dit produkt te gebruiken ...
Echtelijke ruzieOmstreeks 07u00 's morgens kregen we weer zo'n typische oproep binnen, waarbij de dispatcher van het hulpcentrum 100 zei dat hij "niet precies wist wat er aan de hand was". Het ging om een franstalige dame die gebeld had en iets zei omtrent iemand die iets gebroken had. Een beginnend ambulancier zou dan denken dat iemand een been of een arm gebroken heeft, maar na 12 jaar bij de dienst 100 weet ik uit ervaring dat er zelden een traumatologische reden achter zo'n oproep zit.
Voor wie het nog niet door had: wij hàten oproepen waarvan de dienst 100 "niet precies weet wat er aan de hand is".
Toen we ter plaats kwamen bleek het adres van de oproep een apartement te zijn. Er stond een raam open op de eerste verdieping en tot onze grote verbazing lag onder dat raam een berg huisraad: potten, pannen, CD's en DVD's, planten, kledij, een salontafeltje, enkele rietstoelen, een GSM, en noem maar op. Naast het appartement stond een geparkeerde wagen die ook in de brokken gedeeld had: een bloempot was kennelijk in de voorruit terechtgekomen. "Dat wordt dus Carglass...", merkte mijn collega fijntjes op toen we naar de voordeur stapten.
Binnen het appartement hoorden we roepen en tieren, afgewisseld met het geluid van sneuvelend huisraad. Toen we aanbelden kwam een man door het open raam hangen. Hij deed ontspannen teken dat alles in orde was en zei dat hij zou komen opendoen. Van zodra hij terug van achter het raam verdween ging het getier verder. Op dat moment vonden we het aangewezen om via de ASTRID-radio bijstand van de politie te vragen.
Het appartement was herschapen tot een waar slagveld. De eettafel lag op haar zijkant, overal lagen glasscherven op de grond, en alles wat kapot geslagen kon worden was kapot. Zelfs de deurtelefoon was aan diggelen geslagen, wat meteen verklaarde waarom de man naar beneden moest komen om de deur open te maken. Blijkbaar was hij getrouwd met een franstalige dame die afkomstig was van Costa-Rica. Toen we boven kwamen ging de ruzie gewoon verder. Beide huwelijkspartners sloegen elkaar verwijten naar de oren die niet voor publicatie op dit blog vatbaar zijn. De franstalige dame had duidelijk al een aardig mondje Nederlands geleerd, want op een bepaald moment riep ze: "et toi, tu es ne klootzak". Kwestie van zich te integreren in Vlaanderen. De man antwoordde daarop dat alle vrouwen uit Costa-Rica alleen maar goed zijn om te (...), waarop de vrouw zich omdraaide, haar kont uitstak en riep "eh bien, vas-y".
Mijn collega en ik besloten wijselijk om niet tussen te komen. Een tiental minuten later was de politie ook ter plaatse om de zaak verder af te handelen. Ik begrijp alleen nog steeds niet waarom die vrouw naar de dienst 100 gebeld had.
Voertuig tegen bromfiets - Deel 3Eén van de leukste aspecten van onze job is dat we regelmatig patiënten terugzien.
Enkele weken geleden heb ik op mijn blog een verhaaltje gepost met als titel "voertuig tegen bromfiets". Het was het verhaal van een oproep die uiteindelijk om een vechtpartij bleek te gaan. Een Turkse café-baas had een flink pak slaag gekregen. Hij was stomdronken en wou niet mee naar het ziekenhuis. "Geen ziekenhuis; geen doktoors". Enkele dagen later hadden we een tweede oproep voor dezelfde kerel, die opnieuw een pak slaag gekregen had. Net als de vorige keer was hij opnieuw behoorlijk beschonken en andermaal wou hij zich niet laten verzorgen. Voor mij was dat meteen de aanleiding om op mijn blog een posting "voertuig tegen bromfiets - deel 2" te plaatsen.
Vandaag hebben we die man voor de derde keer gehad. Deze keer moesten we niet in zijn café zijn, maar in de straat waar hij woont, vlak voor zijn voordeur. Hij lag stomdronken op de stoep. Ik herkende hem meteen. Toen we zeiden dat we hem wilden meenemen naar het ziekenhuis murmelde hij iets in de aard van "nie ziekenhuis, weg ...". Hij was echter zo dronken dat hij gewoon onverstaanbaar was. Hij proberde rechtop te kruipen om weg te gaan maar ook dat lukte niet. Zijn evenwichtsorgaan liet hem in de steek. Toen had ik zoiets van: "hah, nie ziekenhuis, ... deze keer is er geen ontkomen aan. Willen of niet: jij gaat met ons mee voor een ritje met onze tuutie-taatie". Hij probeerde nog van de brancard te geraken, maar tevergeefs: we hadden hem stevig vastgemaakt met onze riemen.
Ik had er eigenlijk echt wel mijn plezier is dat hij deze keer gewoon tè dronken was om veel weerstand te bieden. Natuurlijk wèl spijtig voor de mensen in het ziekenhuis, die hun tijd wellicht ook liever aan echt zieke mensen besteden in plaats van dronkaards (dus, Sorry Katrien ;-) maar we konden hem ook niet op straat laten liggen(1).
Toen we enkele uren later binnen kwamen met iemand die in één van de Gentse leie-armen terecht gekomen was, vernam ik van de verpleegkundige dat hij na een kort onderzoek door de arts ter beschikking van de politie gesteld werd, en de rest van de nacht in de cel doorbracht. Opgeruimd staat netjes!
_______________
(1) Ok, ik geef het toe: we konden hem ook rechtop helpen en hem thuis in zijn bed steken. Maar dan hadden we nooit de voldoening gehad die we kregen toen we hoorden dat hij in de cel zat.
Goeie vraagDeze middag hadden we een oproep voor dringend ziekenvervoer. Een oud dametje had een longoedeem en moest dringend naar het ziekenhuis.
Op zich is zoiets dagelijkse kost voor ons. Toen we het dametje naar onze brancard hielpen viel het mij echter op dat ze een eigenaardige manier van lopen had. Ik kon het niet meteen thuis brengen, maar er was iets niet normaal aan haar manier van stappen. Toen we haar wilden laten neerzitten op de brancard verkrampte ze. Het was alsof ze helemaal blokkeerde. Haar dochter, die ook aanwezig was, zei ons discreet dat ze blind was. Toen werd mij duidelijk hoe het kwam dat ze een rare manier van stappen had: ze zag niet waar we naartoe liepen. Het mysterie was opgehelderd.
Maar, ... terwijl we de brancard in de ziekenwagen schoven viel het mij op dat ze een bril droeg. Wat was dat toch vreemd: een blinde draagt toch geen bril. Ik vroeg de dochter stilletjes of mevrouw ècht wel volledig blind was, waarop ze mij bevestigend antwoordde. Ik kon me niet bedwingen en stelde de vraag: "waarom draagt uw moeder dan bril als ze blind is?"
De verklaring was eigenlijk heel simpel. Het oude dametje draagt die bril al gans haar leven. Toen ze enkele jaren geleden door een hersentumor blind werd is ze die bril als het ware uit gewoonte blijven dragen. De dochter trok haar schouders op en zei in plat Gents: "ja, menière, ge weet oek wel oe da ouwe mense zijn, hé ..."
Toen we in het ziekenhuis aankwamen kon ik mezelf niet bedwingen en stelde de verpleegkundige de netelige vraag waarom een blinde mogelijks een bril zou kunnen dragen. Met gefronste wenkbrouwen antwoordde ze mij: "ja, jong, ... da's een goeie vraag !" ImprovisatieVorige nacht vierden de studenten "de 100 dagen". Dit betekent dat het schooljaar nog welgeteld 100 dagen duurt. Op dat moment wil je als ambulancier geen nachtdienst hebben in een stad als Gent.
Op een gegeven moment werden we naar de studentenbuurt (of beter gezegd: de cafébuurt) gestuurd voor een meisje met een hoofdwonde. De centralist van de dienst 100 zei terloops dat de ziekenwagen van het UZ naar diezelfde straat aan het rijden was voor een tweede oproep. Nu zijn wij ongeloofelijk snelle jongens, met als gevolg dat we als eerste ter plaatse kwamen. In het begin van de straat zat een meisje op de openbare weg met een astma-aanval. Zoiets maakt het natuurlijk moeilijk voor ons. Je kan maar moeilijk iemand met een astma-aanval voorbijrijden met de ziekenwagen, en je kan ook moeilijk in het begin van de straat blijven wachten, terwijl wat verder in de straat iemand met een hoofdwonde op de ziekenwagen wacht.
Op zo'n moment moet je dan improviseren. Mijn collega stapte uit met een fles zuurstof en ontfermde zich over het astma-patiëntje, in afwachting van de aankomst van de tweede ziekenwagen. Ikzelf reed met onze wagen door tot op de plaats van onze oproep. Terwijl ik dit deed werd ik bekogeld met lege blikjes en bekers bier. Ik maakte bij mezelf de bedenking dat ik "weer goe bezig" was, want het is bij de dienst 100 ten eerste streng verboden om alleen naar een oproep te rijden, en bovendien mogen we ook niet zonder politiebegeleiding die studentenbuurt binnenrijden, omdat onze ziekenwagens daar vaak beschadigd worden. Toen ik op de plaats van de oproep kwam bleek er niemand aanwezig te zijn met een hoofdwonde. Na wat rondvragen maakte iemand mij duidelijk dat het meisje in kwestie binnen in een horeca-zaak zat. Dus ging ik naar binnen, wat ook al niet echt katholiek is, want dat betekende dat ik mijn ziekenwagen alleen achterliet tussen een duizendtal dronken jongeren. Uiteindelijk kon ik het meisje lokaliseren en bracht ik haar samen met haar vriendinnetje naar mijn ambulance. Ik liet hen instappen en reed terug naar de voorkant van de straat, naar mijn collega. Alweer een regel overtreden: een patiënt vervoerd zonder begeleiding. Foei, foei, foei ...
Grappige antwoorden op domme vragenAls ambulancier stellen we vaak vragen aan patiënten, waar we dan de grappigste antwoorden op krijgen.
Een overzichtje:
Oproep voor een man die in een shopping-center van een trap gevallen is:
Ter plaatse aangekomen troffen we een nogal onverzorgde man aan met een hoofdwonde. - Vraag: "Waar woont u?"
- Antwoord: "Hier in het shopping-center."
Het bleek hier namelijk om een dakloze te gaan die tijdens de koude winterdagen in het shoppingcenter rond hangt.
Oproep voor een student die tijdens een vechtpartij een losse tand opgelopen had:
- Vraag: "Wat studeer je?"
- Antwoord: "Tandheelkunde"
Oproep voor een vechtpartijtje:
- Vraag aan de politie: "Mogen we het slachtoffer naar het ziekenhuis brengen?"
- Antwoord: "Neen, even wachten graag, ... uw slachtoffer staat geseind."
Oproep voor een patiënt met een hersenschudding:
- Vraag: "Welke dag zijn we vandaag?"
- Antwoord: "donderdag"
- En dan even later een bijkomende vraag van de ene ambulancier aan de andere: "Euh, zijn we nu eigenlijk donderdag? Ik weet het zelf niet ..."
Oproep voor een man die op zijn knieën probeerde naar huis te kruipen, maar zo dronken was dat hij er niet eens meer in slaagde om op zijn knieën zijn evenwicht te bewaren:
- Vraag van de ambulancier (en dat was ècht een heel domme vraag): "Hebt u gedronken?"
- Antwoord: "Gedronken? Ik? Neen, hoor !"
BeetgenomenDeze avond kregen we omstreeks 20u00 een oproep voor een soort fitness-zaal waar ook een dojo is voor gevechtssporten. Volgens het hulpcentrum 100 was daar iemand die vermoedelijk zijn knie gebroken had. Ter plaatse aangekomen zagen we twee jonge kerels op de tatami zitten. De ene trok een verbeten gezicht en hield zijn knie vast. Die andere zat er gewoon ontspannen bij. Wij knielden neer bij de man met het pijnlijke gezicht en vroegen wat er gebeurd was. "Oach, mijne knie,... man, pijn dat dat doet, ..." Terwijl we de knie van die jongeman bekeken sprong hij plots recht en zei lachend: "'Hah, we hebben u liggen: 't is voor mij niet maar voor hem", en hij wees naar zijn kompaan die naast hem zat.
Bij de neus genomen, dus. Bromfiets tegen voertuig - deel 2Enkele dagen geleden schreef ik een verhaaltje over een oproep naar aanleiding van een bromfiets tegen een voertuig, die uiteindelijk om een vechtpartij bleek te gaan.
Vorige nacht zijn we opnieuw uitgestuurd naar hetzelfde café, waar diezelfde man alweer dzjoef gekregen had. Net als de vorige keer wou hij opnieuw geen klacht neerleggen en weigerde hij onze hulp. De glasscherven van de vorige vechtpartij lagen nog steeds in het café. Van een déjà-vu gesproken. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om eens naar de achterkant van zijn hoofd te kijken. Hij had een tiental hechtingen zitten, wat betekent dat hij na onze eerste oproep blijkbaar toch naar een dokter of een ziekenhuis geweest is.
Blijkbaar zou het hier om een openstaande schuld gaan. Volgens de politie is het een gebruik bij onze Turkse medemensen om nu en dan eens langs te gaan bij mensen die je nog geld moeten. Traditiegetrouw horen daar enkele rake klappen bij, kwestie van er zeker van te zijn dat men het bedrag niet vergeet.
Het enige wat ik nu nog wil weten is waarom zoiets altijd na drie uur 's nachts moet gebeuren? NightshiftEen doorsnee zondagnachtje.
19u34: Vechtpartijtje in een bowlingzaak: Onze eerste job voor vanavond was een oproep voor een licht gewonde naar aanleiding van een vechtpartijtje. Mijn collega en ik keken even lachend naar elkaar toen een politie-agente de vraag stelde: "tiens, meneer, was u gisterenavond ook niet betrokken bij een vechtpartij?" Mijn collega zei stilletjes tegen mij: "Zou kunnen, want ik heb hem enkele weken ook al eens vervoerd, en dat was toen ook voor een vechtpartij". De politie heeft dus blijkbaar ook haar vaste klanten. Op weg naar de spoedopname rook ik de alcoholwalm tot achter mijn stuur. In het ziekenhuis gaf mijn collega overdracht aan de verpleegkundige: "Meneer heeft een wonde aan zijn oogkas en een kromme neus, en de verwondingen aan de andere kant van zijn gezicht zijn nog van de vechtpartij van gisteren". Voor wie nu denkt dat het hier om een zeer agressief man ging moeten we eigenlijk wel zeggen dat absoluut niet he geval was. In tegendeel, het was eigenlijk heel rustige man: toen we het ziekenhuis verlieten lag hij rustig zijn sigaretje te roken in de rea-zaal.
20u57: Dametje met hartklachten: Na al die intoxicaties met alcohol, pillen en drugs, na al die vechtpartijen en na al die psychotische nonsens van de voorbije nachten hadden mijn collega en ik zoiets van: eindelijk eens een persoon die ècht ziek is en ècht medische hulp nodig heeft. Zo zien we ze niet zo vaak tijdens onze nachtshiften.
22u45: Dametje met buikpijn: Alweer een goeie reden om naar een ziekenhuis te trekken. Deze mevrouw was enkele dagen geleden geopereerd ter hoogte van de baarmoeder en had plotse hevige pijn aan de buik. Veel kunnen wij daar niet aan doen. We checken gewoon de vitale functies eens en we gaan na of de buik niet "plankhard" aanvoelt. Dit was gelukkig niet het geval, wat voor ons betekent dat we rustig naar de spoedopname rijden van het ziekenhuis waar mevrouw haar ingreep ondergaan had.
00u42: Man met hartkloppingen: Een franstalige neger die in paniek de 100 gebeld had omwille van hartkloppingen. Op een bepaald moment zei hij letterlijk dat zijn hart niet wou stoppen. In mijn beste Frans heb ik hem toen proberen uit te leggen dat het eigenlijk een goeie zaak is dat zijn hart niet stopt. Als je hart stopt zit je pas ècht met een probleem. Vermoedlijk zullen deze hartklachten verder behandeld worden door de psychiater in plaats van de cardioloog.
02u48: Man met longoedeem: Een gekende hartpatiënt die we al een paar keer vervoerd hadden. Het gaat duidelijk niet goed met hem, want toen we ter plaatse kwamen had hij duidelijk last van hartdecompensatie, met een longodeem tot gevolg. Voor de leken: dit betekent dat er meer bloed naar de longen gestuwd wordt dan er kan terugvloeien, waardoor je vocht op de longen krijgt. Meestal is dit te wijten aan een stoornis in de pompwerking van het hart, die we technisch "decompensatie" noemen. We hebben er meteen een MUG-team bijgeroepen.
07u42: Man onwel geworden op het werk: Oproep voor ieman die last had van kortademigheid en pijn op de borst op het werk. Vaak zijn oproepen bij bedrijven wat overroepen. We kunnen ons nooit ontdoen van de indruk dat er wel eens mensen tussen zitten die gewoon geen zin hebben om te werken, maar in dit geval was een opname in het ziekenhuis voor verder cardiologisch onderzoek echt wel nodig. It's my brotherWe hadden net een zware nachtshift achter de rug. Omstreeks 08u00 's morgens reden we vauit één van de Gentse ziekenhuizen terug naar onze standplaats. We veronderstelden dat we wellicht onze laatste oproep beantwoord hadden. Normaal zouden we dan rustig onze papierwinkel afgewerkt hebben en ons voertuig terug tip-top in orde gebracht hebben, zodat we om 09u00 door twee frisse collega's (?) van de dagploeg afgelost konden worden.
Het hulpcentrum 100 had echter andere plannen met ons, want plots riepen ze ons via de ASTRID-radio op: "Life-Care 1; begeef u dringend naar de overpoortstraat; daar ligt een bebloed koppel dat niet meer reageert; we sturen eveneens de MUG van het UZ en een tweede ziekenwagen ter plaatse". Op zijn minst vonden we dit een vreemde oproep: een koppel dat blijkbaar bewusteloos en bebloed op de straat lag om 08u00 's morgens... Wij veronderstelden in eerste instantie een soort misdrijf. Misschien werden ze wel aangevallen door iemand met een mes of zo?
Ter plaatse aangekomen troffen we een vreemd tafereel aan: midden de straat zat er een neger helemaal onder het bloed op zijn knieën naast een tweede neger die neer lag op de grond. De neger die op de grond lag had een lelijk gekneusde neus, dikke gezwollen lippen, en wat ons nog het meeste opviel: rond hen lagen er allerlei vlokken rasta-haar. De neger die recht zat op zijn knieën riep ons wenend toe: "It's my brother, man !!! Help him, it's my brother !!!"
Wij veronderstelden dat die twee op één of andere manier aangevallen werden. We namen meteen alle standaard maatregelen die we altijd nemen wanneer het ons niet echt duidelijk wat er precies aan de hand is: controle van de vitale parameters, halskraag, zuurstof, ... en niet te vergeten: een grondige controle op steek- of schotwonden. Ondertussen probeerden we te achterhalen wat er precies gebeurd was. Die andere neger bleef echter maar roepen: "help my brother, man, ..." Ik antwoordde met een beheerste stem: "Calm down, sir, we will help your brother, but I need you to tell me exactly what happend". De neger bedankte ons heel emotioneel voor het feit dat we zijn kompaan hielpen: "oh, thank you, man, ... thank you for my brother ...", maar hij zei niet wat er precies gebeurd was.
Terwijl we met onze hulpverlening bezig waren kwam de politie eveneens ter plaatse, die promt de ooggetuigen begonnen te ondervragen. Toen bleek dat die twee negers midden de straat met elkaar slaags geraakt waren. Ze hadden elkaar flink wat deftige vuistslagen toegediend en aan elkaars haar getrokken, in zoverre zals dat er overal vlokken rasta-haar op de grond lagen. Toen één van hen knock-out geslagen was ging de andere er op zijn knieën naast zitten om zijn hoofd vast te houden, en is daar zo blijven zitten tot wij ter plaatse kwamen.
Onder begeleiding van de MUG brachten we samen met de collega's van Life-Care 2 de beide negers over naar het ziekenhuis Jan Palfijn, waar alle artsen en verpleegkundigen op de spoedopname duidelijk gespecialiseerd zijn in dergelijke gevallen.
Het toppunt van de ganse oproep was echter toen op die spoedopname bleek dat de politie de identiteit van één van de negers niet kon achterhalen. Naiëf als ik ben dacht ik dat ik de agenten behulpzaam was door hen erop te wijzen dat het twee broers waren van elkaar. "Twee broers?", reageerde die ene agent verwonderd, "dat kan niet: dienen enen is van Jamaica en dienen anderen zou van Kameroen zijn, en ze hebben elkaar pas gisterenavond leren kennen". Ik antwoordde nog: "jamaar, hij zei voortdurend 'it's my brother' ..." en ondertussen besefte ik hoe dom mijn opmerking was. Eén van de verpleegkundigen maakte cynisch met zijn vingers een V-teken in mijn richting en zei "Yeah, peace, my brother".
Tegen de middag hebben de beide brothers dan uiteindelijk samen het ziekenhuis als goede vrienden verlaten.
Brommer tegen voertuigSoms heb ik medelijden met de mensen die in de 100-centrale de oproepen moeten beantwoorden. In sommige gevallen is het immers zeer moeilijk om te achterhalen wat er precies gebeurd is. De oproepers zijn vaak in paniek wanneer ze de dienst 100 moeten bellen, en in een grote stad als Gent heb je ook nog eens het probleem dat er veel migranten zijn die onze taal onvoldoende beheersen om een noodoproep correct te formuleren. Voor de mensen van de 100-centrale is het vaak onmogelijk om de juiste informatie te verkrijgen.
Neem nu een oproep die we enkele dagen geleden binnenkregen. Kort na middernacht werden we op onze alarmlijn gebeld door het hulpcentrum 100: "Ja, kunt ge ne keer rijden naar de Land van Waaslaan? D'r moet daar ievers nen bromfiets onder nen auto zitten ofzo. Maar dienen oproep komt wel van iemand die geen nederlands sprak. Ik had dan gevraagd om iemand anders aan d'n telefoon te krijgen, maar 't was nog erger, dus ja ... ze roepen daar iets van nen brommer en dat er dringend nen ambulans moe komen."
Wij dus prioritair naar de Land van Waaslaan.
Ter plaatse aangekomen zagen we ter hoogte van een Turks café een groepje Turkse jongeren op straat staan. Toen ze onze ziekenwagen zagen aankomen wuifden met hun armen en riepen ze opnieuw "ambulans, ambulans", waardoor we wisten dat we wel degelijk dààr moesten zijn, alleen zagen we daar geen enkele bromfiets. Meer nog: we zagen eigenlijk ook geen gewonden. De menigte deed echter teken dat we naar binnen moesten gaan in het café. We namen onze interventiekoffer en een fles zuurstof en stapten het café binnen. Op de vloer zagen we overal glas liggen. Toen we even rondkeken zagen we dat de ruiten aan diggelen geslagen waren. Wat verder zat een Turkse man van middelbare leeftijd met een bebloed hoofd met flink een glas raki voor zijn neus. Voor wie niet multi-cultureel is: raki is een sterke alcoholische drank (45°) met anijssmaak die vooral in Turkije en Griekenland gedronken wordt, en bij ons vaak voorkomt in Turkse café's.
Uiteindelijk bleek dat die man de uitbater was van het café. Om redenen die ons totaal ongekend gebleven zijn zou er plots een groepje potige Turkse kerels het café binnengestormd zijn, en hem prompt enkele rake klappen toegediend hebben met een baseball-knuppel. Vervolgens hebben ze wat glazen en ramen aan diggelen gemept en zijn ze weggereden ... op een brommer. Toen pas werd de oorspronkelijke oproep ons helemaal duidelijk.
Nu bleek echter dat die man totaal geen verzorging wou. Hij nipte gewoon nu en dan eens van zijn glas raki om te bekomen. Gelet op de sporen van geweld verwittigden wij via de radio het hulpcentrum 100, en vroegen we bijstand van de politie. Ondertussen probeerden we de man te overtuigen om met ons mee te gaan naar het ziekenhuis om zijn hoofd te laten verzorgen. Hij kon best wel een paar hechtingen gebruiken, en een CT-scan van zijn schedel zou ook niet bepaald en verkwisting van middelen geweest zijn, maar hij bleef voet bij stuk houden: "geen ambulans, geen hospital, geen doktoors". Toen de politie ter plaatse kwam ging hij zelfs zover dat hij geen klacht wenste neer te leggen. Hij verklaarde dat hij wist wie hem geslagen had, maar wou niet zeggen wie, en wou zeker geen klacht neerleggen.
Toen ik één van de agenten ons document voor weigering van verzorging liet tekenen maakte hij fijntjes de opmerking: "'t moe zijn dat hij goe weet waarom da z'm afgeslagen hebben ..."
H.Luchtvaartmaatschappijen kennen allerlei bonussen toe aan mensen die regelmatig vliegen. Als "frequent flyer" krijg je dan air-miles die je bij de volgende vlucht recht geven op korting, extra beenruimte en champagne. Bij de dienst 100 hebben we ook onze "frequent flyers". Het enige verschil is dat ze bij ons geen champagne krijgen tijdens hun overbrenging naar het ziekenhuis. Op zich is dit geen enkel probleem, want onze "frequent flyers" zijn toch altijd al stomdronken.
Zo hadden we vorige nacht de meest beruchte patiënt die bij de Gentse dienst 100 gekend is. Ik zal hem "H." noemen, want om deontologische redenen kan ik in dit blog uiteraard geen namen prijsgeven. H. is werkelijk een begrip bij de hulpverleners van de Gentse dienst 100. Hij is de absolute recordhouder voor wat betreft het aantal keer dat hij al door een 100-wagen vervoerd werd. Hij wordt al jaren lang minstens twee keer per week vervoerd.
Vorige week nog belde hij tijdens mijn dienst vanuit een telefooncel aan het St.-Pietersstation. Vanop onze standplaats rijden we ongeveer 6 minuten tot aan de voorkant van het station, maar we waren te laat. Hij was al gaan lopen. De spoorwegpolitie had hem echter herkend. "Menier", zei één van de agenten tegen mij met opgegeven vinger, "wij hebben n'n dossier over die gast, de dikte van d'n telefongboek". Later die dag heeft een andere ziekenwagen een nieuwe oproep gekregen voor hem, en hem naar het UZ gevoerd.
H. is niet alleen recordhouder voor wat betreft het hoogste aantal oproepen, maar ook voor zijn legendarisch alcoholverbruik. Ze hebben hem ooit eens binnengebracht op de spoed van Jan Palfijn met maar liefst 7 promille alcohol. De dokters konden hun ogen niet geloven toen ze de labo-resultaten terugkregen. Zo'n promillage hadden ze nog nooit gezien. H. drinkt van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Naar verluid is het al meer dan tien jaar geleden dat hij nog eens nuchter was. Door zijn alcoholmisruik is H. ook extreem agressief. Toen ik hem voor het eerst vervoerde waarschuwde mijn collega mij: "wees voorzichtig, want die kerel is echt gevaarlijk". Recent was er echter een spoed-arts die zijn agressie relativeerde: "Eigenlijk moet je niet bang zijn van hem", zei hij. "Als je je bedreigd voelt geef je hem gewoonweg één goeie vuistslag in zijn lever, en dan bloedt hij vast en zeker onmiddellijk dood".
Vorige nacht hadden we dus weer prijs. We hadden net iemand binnen gebracht in St-Lucas, toen de dienst 100 ons naar de Zuidstationstraat stuurde voor een "bewusteloze op straat". Ter plaatse aangekomen herkenden we hem meteen aan de vele piercings die hij in zijn oor heeft. Mijn collega zei zuchtend: "allé, zunne, 't is H. weer ..."
Ik maakte bij mezelf de bedenking dat hij deze keer nog leefde. Het is gewoon een kwestie van afwachten tot we hem eens ergens dood aantreffen.
|
|
|