| Paulytrauma's profilePaulytrauma's blogBlogLists | Help |
Happy 2009 !!!Wie regelmatig mijn blog leest, weet dat ik vaak verhaaltjes schrijf over onze gewoontebellers. Dat zijn mensen die regelmatig naar de dienst 100 bellen. Eigenlijk zouden we die patiënten liever niet hebben, maar langs de andere kant hebben we er ook soms plezier mee.
Vandaag was het nieuwjaardag, en hadden we er ook weer zo eentje. Omstreeks 09u00 hadden we al een oproep gehad voor een deftige echtelijke ruzie. Meneer had iets te diep in het glas gekeken tijdens de oudejaarsnacht en nadien - rond acht uur in de ochtend - met mevrouw haar wagen in stomdronken toestand naar huis gereden. Mevrouw was vroeger al naar huis afgezakt en kennelijk niet gelukkig toen manlief met een stuk in zijn kraag thuis kwam en zich prompt nog een glas Ricard inschonk om 2009 goed te beginnen. Waarom die mevrouw naar het nummer 112 gebeld heeft weten we niet en waarom de dispatching ons in godsnaam met de ambulance daar naartoe stuurde is ons ook een raadsel gebleven. Hoe dan ook, toen wij ter plaatse kwamen was de woonkamer tot een kleine ravage herschapen. Overal lag gebroken glas en de tafel had er moeten aan geloven. We hebben die man plechtig laten beloven dat hij in zijn bed zou kruipen om zijn roes uit te slapen en nadat we van zijn vrouw te horen gekregen hadden dat hij haar nog nooit eerder geslagen had of zoiets, betekende dit voor ons het einde van alweer een nutteloze interventie. Toen we vertrokken zei die vrouw met een zucht dat ze rond 11u00 haar moeder verwachtte om te komen nieuwjaren. Da's normaal gezien een typisch Vlaamse traditie: de mensen doen dan hun beste kleren aan om den toer van de familie te doen, iedereen drie zoenen te geven met klassieke uitspraken zoals: "de beste wensen voor het nieuwe jaar". Die moeder zal ook aardig opgekeken hebben toen ze bij haar dochter kwam: gans het salon in kort en klein geslagen en haar schoonzoon die boven in bed ligt met een stuk in zijn kl... Ik denk dat ze haar dochter eerder een echtscheiding toewenst, dit jaar!
Enkele uren laten kregen we een tweede typische dienst-100-op-nieuwjaardag-oproep: iemand vroeg een ziekenwagen op een adres dat ons zèèr bekend voorkwam. Ter plaatse troffen we een oude bekende aan. Het gaat om een vrouw van rond de vijftig die gedurende het voorbije jaar waarschijnlijk geen half uur nuchter geweest is. Tijdens het jaar 2008 hebben we haar maar liefst 16 keer(!) naar het ziekenhuis gevoerd. Deze middag was ze - onder invloed van een vermoedelijk gigantische hoeveelheid alcohol - van de trap gevallen. Daarbij moet ze waarschijnlijk een aantal keer haar hoofd gestoten hebben, want ze had een paar deftige blauwe vlekken en een gapende wonde op haar wenkbrauw. Tok, tok, tok, ... Ook een manier om het nieuwe jaar in te zetten. In die ziekenwagen vroeg ik haar hoe het kwam dat ze van die trap gevallen was, waarop ze met een dubbele tong antwoordde dat ze "een tredeke gemist had". Gelukkig bestaan er CT-scanners!
StudentenfuifjeWie mijn blog regelmatig leest weet dat ik een haat-liefde verhouding heb met studenten. Langs de ene kant kunnen ze dingen doen die ambulanciers ontzettend grappig vinden, maar langs de andere kant kunnen ze er ook voor zorgen dat we heel weinig kunnen slapen tijdens onze 24-uren shifts.
Tijdens mijn vorige nachtshift was er een fuifje met studenten geneeskunde. Plaats van het gebeuren was een klein feestzaaltje in het hartje van de stad Gent. Het was een locatie waar ik nog nooit eerder geweest was met onze 100-wagen.
Omstreeks 01u00 's nachts kwam er een oproep binnen via de 100-centrale voor een dronken student. Mijn twee collega's die op dat ogenblik de eerste wagen bemanden vertrokken en ik bleef achter, stiekem gniffelend omdat de collega's naar een intox-oproep moesten rijden. Amper 6 minuten na die eerste oproep rinkelde de alarmlijn echter opnieuw. Toen ik opnam zei de centralist van de 100: "Ja, Life-Care 2 mag ook naar datzelfde interventie-adres rijden, want daar is een tweede student die ook buiten westen geraakt is na overmatig drankgebruik". Gedaan met gniffelen, dus.
Ter plaatse aangekomen stonden onze collega's vertrekkensklaar met de eerste patiënte. De tweede lag nog op de straat, met achter haar zowat 200 fietsen die tegen de voorgevels van de huizen stonden. Uit het verhaal van de omstaanders en de politie kon ik opmaken dat het om een fuifje ging met studenten geneeskunde. Het concept van de avond was dat de meisjes cocktails moesten drinken en de jongens bier. Vermoedelijk hadden de jongens de cocktails klaargemaakt, want ze bleken behoorlijk zwaar uit te vallen, met twee klassieke gevallen van wat wij "coma-zuipen" noemen tot gevolg.
Toen we in het ziekenhuis kwamen kon ik uiteraard niet nalaten om de spoed-arts met dienst te vragen of zij in haar tijd ook zo erg was, waarop ze meteen antwoordde dat zij het nooit zo bont gemaakt had. Ik vraag me eigenlijk wel af of ik dat allemaal wel mag geloven. Misschien was ze nog erger! Ik heb er eigenlijk geen flauw idee van, dus geef ik haar voorlopig maar het voordeel van de twijfel, maar ik denk er het mijne van. Sorry hoor, Muriel, maar we moeten kritisch zijn over onze artsen!
Op terugweg naar onze standplaats passeerden we in de buurt van dat feestzaaltje. In de verte zagen we plots drie waggelende studenten over het voetpad strompelen. Net toen we met de ziekenwagen bij hen kwamen, verloor eentje ervan haar evenwicht en viel pardoes neer. Tok. Plichtsgetrouw stopten we even en draaiden het raampje open. "Goeie morgen, dames, jullie studeren geneeskunde nemen we aan?" We zijn voor alle zekerheid maar eens uitgestapt om na te gaan of de jongedame in kwestie nog in staat was om naar haar kot te sukkelen. Wat zijn we toch fantastisch, niet?
We waren nog maar net de binnenstad uitgereden toen we over de radio hoorden dat de collega's van wagen 1 alweer vertrokken waren voor datzelfde adres. Een derde studente was bezweken. Toen dacht ik bij mezelf dat de kans er dik in zat dat we ook nog in de brokken gingen delen. En, jawel hoor, vlak voor we de straat van onze standplaats inreden werden we opnieuw opgeroepen voor datzelfde feestje. Studente nummer vier mocht opgehaald worden in de toiletten.
Mooi feestje, die avond! En wij die dachten dat al die dokters-in-wording van die ernstige studenten waren, die dag in dag uit met hun neus in dikke boeken zitten om de anatmomie, fysiologie en pathologie van het menselijk lichaam tot in het kleinste detail te bestuderen. Komen wij even bedrogen uit?
Gevonden op straatVorige nacht hebben we een bewusteloze neger gevonden op straat.
We waren op terugweg van een interventie. We hadden net een zieke man naar de spoedopname gebracht, toen we omstreeks vier uur 's morgens terugreden naar onze standplaats. Ter hoogte van een drukke steenweg riep mijn collega plots: "Kijk nu, daar ligt iemand op de straat". Plichtsbewust zette ik de zwaailichten aan en maakte ik een bocht van honderdtachtig graden.
Ik veronderstelde dat het hoogst waarschijnlijk om een dronken man zou gaan. Bij controle van zijn vitale functies bleek de man werkelijk diep bewusteloos te zijn. Hij reageerde op geen enkele pijnprikkel, had een onregelmatige snurkende ademhaling - wat altijd een slecht teken is bij bewustelozen - was serieus onderkoeld en tot overmaat van de ramp stelden we vast dat zijn beide pupillen vergroot waren en niet meer op licht reageerden. We riepen onmiddellijk op naar de 100-centrale om zo snel mogelijk een MUG-team ter plaatse te sturen. In afwachting brachten we de patiënt aan boord van de ziekenwagen, gaven we zuurstof en noem maar op. Luttele minuten later arriveerde de MUG van het universtitair ziekenhuis en konden we naar de spoed vertrekken.
Eén van de verpleegkundigen was bijzonder cynisch, toen hij de rea-zaal binnen kwam: "ah, is dat die neger die door Life-Care aangereden werd?"
Uiteindelijk hoorden we achteraf dat ze die man hebben moeten intuberen en op intensieve zorgen gelegd hebben. De bloedafname wees uit dat hij maar liefst 6,2 promille had. TaxiDe opdrachten die we tijdens de nachtelijke uren te verwerken krijgen zijn vaak naar aanleiding van vechtpartijen. De stad heeft zo zijn typische uitgangsbuurten waar wel eens rake klappen uitgedeeld worden. Eén van die buurten staat bij ons bekend als het glazenstraatje. Voor wie niet op deze planeet woont: dat is de zone waar aan raamprostitutie gedaan wordt.
Tijdens één van mijn vorige nachten werden we - nog maar eens - opgeroepen voor een vechtpartij in het glazenstraatje. Terwijl we ons naar de plaats van de oproep repten passeerden we langs een pleintje waar wat volk en een politiewagen stond. Daar was blijkbaar iets gaande, maar we waren uitgestuurd voor een ander adres, dus reden we door. Ter plaatse aangekomen viel echter geen enkel slachtoffer van een vechtpartij te bespeuren. Een ooggetuige kwam naar ons toegelopen en zei dat de drie slachtoffers te voet weggegaan waren in de richting van het pleintje waar we de politie tegen gekomen waren. Het werd ons meteen duidelijk dat we best eens terug naar dat pleintje reden.
Op dat pleintje troffen we bij de politie drie centraal-europese mannen aan met hun gezichten vol bloed en kneuzingen. Geen enkele van hen wou echter verzorging. De politie was dan maar zo vriendelijk om een taxi tegen te houden voor hen, en daarmee was de kous af. Vriendelijke jongens, die van de politie! Heeft u een vuurtje?Verbijstering alom, tijdens één van mijn vorige nachten, toen we omstreeks 03u00 's nachts een oproep binnen kregen voor het citadelpark. "Daar zou een bewusteloze in een wagen zitten en ze krijgen hem niet meer wakker", zo klonk het aan de telefoon. Op zich niets speciaals. Op dat uur van de nacht kom je langs de straten wel vaker een bewusteloze tegen. En, inderdaad, als ze bewusteloos zijn krijg je ze meestal niet meer wakker.
Ter plaatse aangekomen reden we met onze ziekenwagen door het park, op zoek naar een auto met daarin een bewusteloze. Nu is het citadelpark in Gent vrij groot, dus waren we al een tijdje aan het rondtoeren, toen we plots een man zagen liggen op een parking. Ik zei tegen mijn collega: "kijk, daar, 't zal voor den dienen zijn zeker?", waarop mijn collega antwoordde: "ja, maar den dienen zit wel niet in een auto, hé". En terwijl hij mij aankeek zag hij in de verte een auto die midden het park aan het uitbranden was.
We parkeerden onze tuutie-taatie wat verder en sprongen er allebei uit. Mijn collega liep naar de brandende wagen om te kijken of daar nog iemand in zat, terwijl ik naar het bewusteloos slachtoffer liep. Bij controle van zijn vitale functies bleek dat hij gewoon stomdronken op de grond lag. Pikant detail daarbij was dat zijn broeksriem, knoop en rits open waren. Toen ik hem vroeg of dat zijn wagen was die daar wat verder aan het uitbranden was antwoordde hij: "ja, da zou kunnen ..." en hij schoot in een lach. Je moet optimist blijven in het leven.
Wat daar die nacht allemaal gebeurd is blijft voor ons nog steeds een raadsel. Vermoedelijk lag de man in kwestie straalbezopen in zijn wagen. Waarom zijn broek naar beneden was laten we in het midden. Om één of andere reden is die wagen in brand gevlogen en heeft iemand hem er uit gesleurd en wat verder op de grond gelegd.
De man had geen medische hulp nodig. Wij bleven uiteraard ter plaatse in afwachting van de brandweer. Terwijl we met z'n allen naar de brandende wagen stonden te kijken haalde het slachtoffer zijn sigaretten boven en vroeg lakoniek: "euh, heeft er soms iemand een vuurtje?"
TengelsIn mijn blog neem ik regelmatig verhaaltjes op over mensen die de dienst 100 bellen voor de meest bizarre redenen. Vanavond hadden we er weer zo eentje. De oproep kwam binnen als iemand die gevallen was. Bij aankomst ter plaatse zei die persoon dat hij "in de tengels gevallen was". Het grappige eraan was dat ik niet wist wat tengels waren, dus dacht ik al aan een zwaar levensbedreigend trauma. Ik kom uit West-Vlaanderen. Hoe kan ik weten dat ze hier "tengels" zeggen als ze het over netels hebben. Tot overmaat van de ramp bleek dat de plaats waar hij "getengeld" was vrij bizar te zijn. Het ging namelijk om zijn zitvlak. Prompt liet hij zijn short zakken en toonde hij ons zijn bloot achterwerk, waarop mijn lieve collega prompt zei: "ja, t'is goe, jong, toon da maar aan mijn collega, hij zal d'r wel naar kijken". En jawel, zijn kont stond daadwerkelijk vol bubbels. Veel hebben we er niet aan gedaan. We hebben hem eens goed duidelijk gemaakt dat je niet naar de hulpdiensten mag bellen voor een genetelde kont. PietEnkele maanden geleden schreef ik een stukje over gewoontebellers. Ik had het toen over een koppel dat in een appartementje woont en zo vaak naar de dienst 100 belt dat de buren met een alcoholstift "Dienst 100 hier bellen" op de deurbel geschreven hebben. We hebben deze morgen opnieuw een oproep gehad voor datzelfde adres. Zijn voornaam is Piet.
Traditiegetrouw troffen we Piet aan in zijn bed: slecht aanspreekbaar, bleek, zweterig. Hij zweefde zo ergens tussen somnolent en subcomateus. "Allé, zunne, ... is 't weer van da?" Met wat porren tussen zijn ribben en een paar veneinige pijnprikkels op het kaakgewricht kregen we toch enige reactie. We heben zo onze truukjes om het bewustzijn te evalueren.
Piet woont samen met zijn vriendin. Van haar weten we dat ze enorm veel van hem houdt en dat ze graag piano speelt. Op zich een normale situatie, zou je denken, ware het niet dat ze vooral 's nachts om 03u00 achter haar klavier zit en daarbij poedelnaakt is.
Zijn vriendin wees er ons op dat hij medicatie genomen had en haalde een 15-tal lege blistertjes te voorschijn. Goed voor een 250-tal pillen, waaronder kalmeermiddelen, slaapmiddelen, anti-depressiva en noem maar op. Nu weten we van Piet dat hij een redelijk goede lever heeft - althans voorlopig nog - dus dachten we dat hij wel tegen een stootje kon. We besloten geen MUG te vragen. MUG-bijstand is voor mietjes. We sleurden hem in zijn slaperige toestand van de trap af - echt vriendelijk zijn we niet tegen onze vaste klanten - en voerden hem het ziekenhuis binnen.
Toen we enkele uren later een andere patiënt in datzelfde ziekenhuis binnenbrachten - mèt MUG-begeleiding deze keer - vroeg ik aan de verpleegkundige hoe het met Piet gesteld was. "Pas trop bien" antwoordde hij, "hij is geïntubeerd en ligt aan een bademingsmachine op intensieve zorgen". Het grappige eraan is dat het alcohol-promillage in zijn bloed verwaarloosbaar was. Voor het eerst in maanden was Piet nuchter. Zijn gedaald bewustzijn was puur het gevolg van de inwerking van de medicatie op zijn zenuwstelsel. Op de spoedopname bleef zijn toestand erger worden, waardoor ze besloten hebben hem te intuberen en nar intensieve zorgen te brengen.
Zo zie je maar dat je steeds moet uitkijken met gewoontebellers. Vroeg of laat hebben ze iets srerieus.
Ze hebben iets in mijn drankje gedaan!Deze nacht hadden we een oproep voor iemand met hartkloppingen. De alarmcentrale van de 100 gaf ons een privaat adres door ergens aan de rand van de stad. Toen we ter plaatse kwamen stond een jongeman ons op te wachten in zijn straat. "'t Is voor mij" zei hij toen we hem benaderden.
Op het eerste zicht zag hij er redelijk normaal uit. Hij stond recht, ademde normaal, had een normale huidskleur en noem maar op. De ervaring leert ons dat kritieke patiënten ons zelden of nooit op straat staan op te wachten, laat staan dat ze zelf zeggen dat het voor hen is. Kritieke patiënten liggen meestal bewusteloos op de grond... Onze patiënt van vannacht deed ons een vreemd verhaal dat vrij verward overkwam. Hij zei namelijk dat hij vaak last heeft van hartritmestoornissen en dat ze op de Gentse Feesten iets in zijn drankje gedaan hadden, en dat zijn hart nu "oversloeg".
Een "overslaand hart" doordat ze iets in zijn drankje gedaan hadden op de Gentse Feesten... "Yeah, right" denken wij dan bij onszelf.
We nemen echter steeds het zekere voor het onzekere, en besloten de man aan de monitor te leggen. De vitale functies bleken volledig in orde te zijn. Terwijl we de man rustig naar het ziekenhuis brachten werd hij echter plots onwel en begon hij te braken. In het braaksel vonden we ganse delen van een broodje terug. "Meneer, heeft u een braadworst gegeten op de Gentse Feesten?" De patiënt antwoordde bevestigend. "Meneer, kan het zijn dat u uw eten nooit goed kauwt?"
Eens de restanten van zijn onverteerde braadworst met uien uit zijn maag verwijderd was voelde hij zich op slag een stuk beter. Tot zover de theorie van de snodaards die iets in zijn drankje gedaan hadden.
Gentsche fiesteHet is een tijdje stil geweest op mijn blog. Mea maxima culpa. Dat komt door een samenloop van omstandigheden, waaronder mijn examens voor mijn eerste jaar verpleegkunde, een heleboel werk en "nu en dan eens een paar overuurkes", en noem maar op. Het doet me echter deugd dat ik van veel mensen de vraag kreeg of ik gestopt was met mijn blog, wat me stimuleert om terug achter het klavier te gaan zitten.
Deze week zijn er Gentse Feesten in 't stad, of "Gentsche fieste" zoals ze dat hier zo mooi kunnen zeggen. Ik ben er nog niet helemaal uit of dat nu een hoogtepunt of een dieptepunt is voor de ambulanciers in de Arteveldestad. Qua aantal ritten is het duidelijk een hoogtepunt, qua pathologie eerder een dieptepunt. Het overgrote deel van de patiënten die we vervoeren tijdens die week zijn gewoon dronken. Qua alcohol-promillages zijn de feesten dan weer een hoogtepunt.
Ik heb het genoegen gehad om tijdens de beide vrijdagnachten van de Gentse Feesten te moeten werken. Ik werk meestal in shifts van 24 uur. Mijn eerste feest-shift begon op vrijdagmorgen, en we hadden al meteen prijs: de eerste oproep was meteen een alcohol-intox. Blijkbaar iemand die niet kon wachten tot de feesten officiëel van start gingen. De laatste oproep van de shift was ook een alcohol-intox, en meteen een deftige. De oproep kwam van een verontruste vrouw die omstreeks 08u00 's morgens de dienst 100 belde omdat haar man "raar ademde". Onder normale omstandigheden is dit een MUG-indicatie, maar tijdens de Gentse Feesten zijn er duidelijk andere protocollen van toepassing. Toen we ter plaatse kwamen bleek die ademhaling zodanig onderdrukt te zijn door de inwerking van alcohol op het zenuwstelsel dat we effectief de MUG hebben moeten bijvragen.
Een pikant detail is dat alle interventies bij onze ambulancedienst een nummer krijgen. Sinds de invoering van het systeem zaten we tot voor kort ergens tegen de 100.000 aan te bengelen, en we waren al aan het speculeren wie nummer 100.000 zou passen. 't Moest natuurlijk lukken dat wij die interventie gelukt hebben, en je raadt het nooit: het was ook voor een intoxicatie met alcohol en pillen.
Voor de rest vielen de Feesten goed mee: een ziekenwagen van het Rode Kruis pendelt over en weer tussen de feestzone en de ziekenhuizen, en als die het niet meer kan bolwerken - of in panne valt - springen wij bij. Dan is er eens een ontploffingske van een frietkotje en daarna voeren we weer verder intoxen af naar het ziekenhuis.
GijzelingDinsdagmorgen, 08u17. Er komt een oproep binnen voor één van onze beide 100-wagens: "Goeie morgen, Life-Care 1 mag eens rijden naar de Brusselsesteenweg nummer zoveel in die gemeente. D'r is daar een madammeke dat blijkbaar door iemand opgesloten werd in een kelder, en ze zou gewond zijn aan haar been. De deur werd van buitenaf gebarricadeerd, dus normaal gezien moeten jullie binnen kunnen. D'n oproep komt van de politie".
Wij dus met onze tuutie-taatie naar de interventieplaats. Dergelijke oproepen beschouwen we niet als superdringend. Er is immers niets dat op levensgevaar wijst. Het madammeke had zelf met haar GSM kunnen bellen, dus zo erg kan het allemaal niet zijn. Toen we ter plaatse aankwamen zagen we de politie vanuit de andere richting komen. Ik parkeerde de ziekenwagen op de oprit. De interventieplaats was een soort kantoorgebouw. We stapten rustig uit. Mijn collega zei iets in de zin van: "allé, gaan we ne keer gaan kijken, zie".
Terwijl we uitstapten zagen we echter dat de politie met maar liefst drie voertuigen ter plaatse gekomen was en in de verte hoorden we nog loeiende sirenes. Toen beleefden we de schrik van ons leven: alle agenten trokken hun wapen en omsingelden het gebouw. 't Was precies zoals in een actiefilm. Met hun wapen in de aanslag bestormden ze het gebouw langs alle kanten, en wij stonden daar domverwonderd naar elkaar te kijken. "How zekers!?!", zei mijn (West-Vlaamse) collega, "ze gaan hier precies schieten!?!".
Wij dus alletwee weer in de ziekewagen en zo rap of we konden achteruit terug op de steenweg.
Achteraf bleek dat die dame door drie gewapende en gemaskerde gansters opgewacht werd toen ze op haar werk kwam. Ze hadden haar overmeesterd, gedwongen om het alarm af te zetten en te tonen waar het geld lag. Nadien hadden ze haar van de keldertrap gesleurd en opgesloten.
Ik heb het al eens aangehaald in één van mijn eerdere verhaaltjes: vroeg of laat gaan we eens niets vermoedend oog in oog staan met gewapende gansters.
Absurde redenen om de dienst 100 te bellenIk had eerder al enkele verhaaltjes gepost over mensen die omwille van absurde redenen naar de dienst 100 bellen. Denk bij voorbeeld maar aan die kerel die de 100 belde voor rugpijn, en vervolgens in afwachting van de ziekenwagen eerst nog met de fiets om sigaretten reed.
Deze week hebben we weer een paar mooie voorbeelden gezien van dergelijke oproepen. De absolute topper was een man die in een supermarkt de winkelbedienden vroeg om de 100 te bellen omdat hij zich onwel voelde, en vervolgens zijn boodschappen verder deed. Bij onze aankomst ter plaatse zei hij dat hij eerst nog snel even moest betalen aan de kassa, vooraleer hij mee kon naar het ziekenhuis.
Dan was er ook eentje die 's nachts om drie uur naar de 100 belde omdat hij een briefje van 20 euro ingeslikt had, wat op zich ook redelijk absurd was.
IllegalenEergisteren kregen we een niet-alledaagse oproep. En vrachtwagenchauffeur had tijdens het aanschuiven in een file vastgesteld dat er verstekelingen in zijn vrachtwagen zaten. De politie vertrouwde het zaakje niet helemaal en vroeg de dienst 100 om toch maar een ziekenwagen ter plaatse te sturen. Doordat onze standplaats zeer dicht bij de oprit van de autosnelweg is, waren we als eerste ter plaatse.
Het ging om een vrachtwagen met Ierse nummerplaten. Hij kwam van Calais, waar vermoedelijk een aantal illegalen in de vrachtwagen geklommen waren in de veronderstelling dat hij door de kanaaltunnel naar Engeland zou rijden. Ze waren er echter aan voor de moeite: de vrachtwagen kwam net door de tunnel en was op weg naar Nederland.
Grappig detail: bij onze aankomst ter plaatse bleek dat de vrachtwagenchauffeur de deuren van zijn voertuig gesloten gehouden had, uit vrees dat de illegalen zouden weglopen. Op zich zou je dit "clever thinking" noemen, ware het niet dat het om een frigowagen ging die een lading op -25°C vervoerde.
Al bij al viel het nog mee: nadat we de deuren van de vrachtwagen geopend hadden sprongen er in totaal 11 illegalen uit. Ze waren allemaal in goede gezondheid. Het gezelschap kwam uit Afghanistan. Ze hadden er een reis van 9 dagen op zitten om tot aan de kanaaltunnel te komen. Hun eerste vraag was in welk land ze waren. Toen ik zei dat ze in België waren, slaakten ze een zucht van opluchting. Blijkbaar is onze Belgische gastvrijheid gekend tot in Afghanistan. GewoontebellersVolgens de statistieken is er per 24 uur gemiddeld 1 levensbedreigende urgentie per 11.000 inwoners. Dit blijkt een universele constante te zijn voor alle geïndustrialiseerde landen. Dit brengt dus met zich mee dat er in België per dag dus een dikke 900 levensbedreigende urgenties zijn. Hierdoor wordt jaarlijks 3% van de bevolking geconfronteerd met acuut levensgevaar. Iedere Belg wordt dus in de loop van zijn leven gemiddeld 3 keer slachtoffer van een acute levensbedreigende situatie.
Let wel, dit is een gemiddelde waarde. Er zijn dus heel wat mensen die nooit acute medische zorgen nodig hebben, en... er zijn ook mensen die in hun leven mèèr dan drie keer beroep moeten doen op de hulpdiensten voor acuut levensgevaar. Er zijn bij voorbeeld ook mensen die 10 tot 20 keer dringende hulp nodig hebben. Er zijn zelfs mensen die bijna wekelijks beroep doen op de hulpdiensten.
En dan heb je de bewoners van een appartementje waar we vanavond geweest zijn. Zij doen zo vaak beroep op de hulpdiensten, dat de buren met een alcoholstift een pijl aangebracht hebben op de deurbel. Naast de pijl hebben ze "dienst 100" geschreven. Ze deden dit omdat ze het kotsbeu waren dat de hulpverleners van de dienst 100 altijd op de verkeerde bel duwen. Voor ons is dit uitermate gemakkelijk: als we ter plaatse komen weten we meteen op welke bel we moeten drukken. Mocht iedereen dit doen, zouden we nooit meer moeten zoeken naar de juiste bel - of redeneer ik nu verkeerd?
Mocht er een prijs bestaan voor de meest absurde vermelding op een deurbel, dan denk ik dat deze deurbel een goeie kans maakt.
Kadootjes voor dzjie-pieTijdens één van mijn vorige nachtshifts stuurde de dienst 100 ons naar "de Vooruit". Daar was een jongeman die de dienst 100 gebeld had met zijn GSM omdat "er iets raars aan de hand was" met hem. De centralist zei letterlijk: "je zal er waarschijnlijk plezier aan beleven, want hij klonk echt grappig aan de telefoon". Toen we ter plaatse kwamen stond de jongeman ons op te wachten op de stoep. Met een brede glimlach op zijn gezicht wuifde hij ons toe. Hij liep ietwat nerveus heen en weer en schudde voortdurend zijn hoofd. Toen we vroegen wat er scheelde antwoordde hij dat hij het ook niet wist. "'k weet echt nie wat er aan de hand is. Wow, man, wa is da ier mee mij? Da's nie meer normaal, zunne, woooooow".
Zijn vitale functies waren prima, dus lieten we hem plaats nemen op het bankje in de ziekenwagen en reden we rustig naar de spoedopname van het algemeen ziekenhuis Jan Palfijn. De verpleegkundigen die daar weken zijn duidelijk zeer gespecialiseerd in dit soort patiënten, want ze konden meteen een correcte diagnose stellen: amfetamines! Knappe mensen hoor, op die spoed. Toen we enkele uren later met een volgende patiënt naar "JP" (uitgesproken als "dzjie-pie") reden hadden ze het resultaat van zijn bloedanalyse. De waarden op het laboverslag wezen duidelijk in de richting van XTC. Ironisch detail daarbij is dat die tweede patiënt die we binnen brachten ook onder invloed was van drugs. Als je er bij stil staat voeren wij 's nachts in hoofdzaak intoxicaties binnen in JP: alcohol, pillen of drugs, of een combinatie ervan. Dit uiteraard tot grote vreugde van de verpleegkundigen. Ze zien ons echt graag komen. D'r zit zelfs eentje tussen die mij tegenwoordig "ganster" noemt. Foei, foei, foei...
Voor wat die "ganster" betreft moet ik zeggen dat ik haar ergens wel kan begrijpen. Laatst hadden we een patiënt met een overdosis pillen die geprobeerd had zijn polsen over te snijden. We hadden hem opgepikt in een soort opvang-centrum voor ex-gedetineerden. Normaal gezien was het dichtste ziekenhuis Sint-Lucas, maar de patiënt vroeg om naar Jan Palfijn gebracht te worden. Ik had er uit begrepen dat hij eerder al in dat ziekenhuis geweest was, en riep via de radio op naar de centrale om toelating te vragen voor JP "want de patiënt is daar gekend". Toen we met hem aankwamen op de spoedopname schoven ze zijn SIS-kaart in de computer, om tot de conclusie te komen dat hij helemaal geen dossier had in dat ziekenhuis. Er was dus eigenlijk geen enkele reden om naar JP te rijden. Daarmee waren ze een beetje kwaad op mij. Ik kon niet nalaten om te vragen of ze de patiënt een maagspoeling met actieve kool zouden geven (1).
Ik weet het, da's eigenlijk enorm stout van mij. Die arme verpleegsters opzadelen met een intox-patiënt die oorspronkelijk eigenlijk voor een ander ziekenhuis bestemd was en dan met een onschuldig gezicht vragen "of hij geen maagspoeling met actieve kool krijgt". Misschien komt het daardoor dat ze mij "ganster" noemt, ...
______________________
(1) Actieve kool is ee oplossing van koolstof in water die toegediend wordt na een maagspoeling om toxische produkten te neutraliseren. Die aktieve kool is echter een zwarte smurrie. Als je zo'n produkt via de maagsonde moet toedienen ben je als verpleegkundige vaak volledig beklad. Om die reden staan ze er niet echt voor te springen om dit produkt te gebruiken ...
Echtelijke ruzieOmstreeks 07u00 's morgens kregen we weer zo'n typische oproep binnen, waarbij de dispatcher van het hulpcentrum 100 zei dat hij "niet precies wist wat er aan de hand was". Het ging om een franstalige dame die gebeld had en iets zei omtrent iemand die iets gebroken had. Een beginnend ambulancier zou dan denken dat iemand een been of een arm gebroken heeft, maar na 12 jaar bij de dienst 100 weet ik uit ervaring dat er zelden een traumatologische reden achter zo'n oproep zit.
Voor wie het nog niet door had: wij hàten oproepen waarvan de dienst 100 "niet precies weet wat er aan de hand is".
Toen we ter plaats kwamen bleek het adres van de oproep een apartement te zijn. Er stond een raam open op de eerste verdieping en tot onze grote verbazing lag onder dat raam een berg huisraad: potten, pannen, CD's en DVD's, planten, kledij, een salontafeltje, enkele rietstoelen, een GSM, en noem maar op. Naast het appartement stond een geparkeerde wagen die ook in de brokken gedeeld had: een bloempot was kennelijk in de voorruit terechtgekomen. "Dat wordt dus Carglass...", merkte mijn collega fijntjes op toen we naar de voordeur stapten.
Binnen het appartement hoorden we roepen en tieren, afgewisseld met het geluid van sneuvelend huisraad. Toen we aanbelden kwam een man door het open raam hangen. Hij deed ontspannen teken dat alles in orde was en zei dat hij zou komen opendoen. Van zodra hij terug van achter het raam verdween ging het getier verder. Op dat moment vonden we het aangewezen om via de ASTRID-radio bijstand van de politie te vragen.
Het appartement was herschapen tot een waar slagveld. De eettafel lag op haar zijkant, overal lagen glasscherven op de grond, en alles wat kapot geslagen kon worden was kapot. Zelfs de deurtelefoon was aan diggelen geslagen, wat meteen verklaarde waarom de man naar beneden moest komen om de deur open te maken. Blijkbaar was hij getrouwd met een franstalige dame die afkomstig was van Costa-Rica. Toen we boven kwamen ging de ruzie gewoon verder. Beide huwelijkspartners sloegen elkaar verwijten naar de oren die niet voor publicatie op dit blog vatbaar zijn. De franstalige dame had duidelijk al een aardig mondje Nederlands geleerd, want op een bepaald moment riep ze: "et toi, tu es ne klootzak". Kwestie van zich te integreren in Vlaanderen. De man antwoordde daarop dat alle vrouwen uit Costa-Rica alleen maar goed zijn om te (...), waarop de vrouw zich omdraaide, haar kont uitstak en riep "eh bien, vas-y".
Mijn collega en ik besloten wijselijk om niet tussen te komen. Een tiental minuten later was de politie ook ter plaatse om de zaak verder af te handelen. Ik begrijp alleen nog steeds niet waarom die vrouw naar de dienst 100 gebeld had.
Voertuig tegen bromfiets - Deel 3Eén van de leukste aspecten van onze job is dat we regelmatig patiënten terugzien.
Enkele weken geleden heb ik op mijn blog een verhaaltje gepost met als titel "voertuig tegen bromfiets". Het was het verhaal van een oproep die uiteindelijk om een vechtpartij bleek te gaan. Een Turkse café-baas had een flink pak slaag gekregen. Hij was stomdronken en wou niet mee naar het ziekenhuis. "Geen ziekenhuis; geen doktoors". Enkele dagen later hadden we een tweede oproep voor dezelfde kerel, die opnieuw een pak slaag gekregen had. Net als de vorige keer was hij opnieuw behoorlijk beschonken en andermaal wou hij zich niet laten verzorgen. Voor mij was dat meteen de aanleiding om op mijn blog een posting "voertuig tegen bromfiets - deel 2" te plaatsen.
Vandaag hebben we die man voor de derde keer gehad. Deze keer moesten we niet in zijn café zijn, maar in de straat waar hij woont, vlak voor zijn voordeur. Hij lag stomdronken op de stoep. Ik herkende hem meteen. Toen we zeiden dat we hem wilden meenemen naar het ziekenhuis murmelde hij iets in de aard van "nie ziekenhuis, weg ...". Hij was echter zo dronken dat hij gewoon onverstaanbaar was. Hij proberde rechtop te kruipen om weg te gaan maar ook dat lukte niet. Zijn evenwichtsorgaan liet hem in de steek. Toen had ik zoiets van: "hah, nie ziekenhuis, ... deze keer is er geen ontkomen aan. Willen of niet: jij gaat met ons mee voor een ritje met onze tuutie-taatie". Hij probeerde nog van de brancard te geraken, maar tevergeefs: we hadden hem stevig vastgemaakt met onze riemen.
Ik had er eigenlijk echt wel mijn plezier is dat hij deze keer gewoon tè dronken was om veel weerstand te bieden. Natuurlijk wèl spijtig voor de mensen in het ziekenhuis, die hun tijd wellicht ook liever aan echt zieke mensen besteden in plaats van dronkaards (dus, Sorry Katrien ;-) maar we konden hem ook niet op straat laten liggen(1).
Toen we enkele uren later binnen kwamen met iemand die in één van de Gentse leie-armen terecht gekomen was, vernam ik van de verpleegkundige dat hij na een kort onderzoek door de arts ter beschikking van de politie gesteld werd, en de rest van de nacht in de cel doorbracht. Opgeruimd staat netjes!
_______________
(1) Ok, ik geef het toe: we konden hem ook rechtop helpen en hem thuis in zijn bed steken. Maar dan hadden we nooit de voldoening gehad die we kregen toen we hoorden dat hij in de cel zat.
Goeie vraagDeze middag hadden we een oproep voor dringend ziekenvervoer. Een oud dametje had een longoedeem en moest dringend naar het ziekenhuis.
Op zich is zoiets dagelijkse kost voor ons. Toen we het dametje naar onze brancard hielpen viel het mij echter op dat ze een eigenaardige manier van lopen had. Ik kon het niet meteen thuis brengen, maar er was iets niet normaal aan haar manier van stappen. Toen we haar wilden laten neerzitten op de brancard verkrampte ze. Het was alsof ze helemaal blokkeerde. Haar dochter, die ook aanwezig was, zei ons discreet dat ze blind was. Toen werd mij duidelijk hoe het kwam dat ze een rare manier van stappen had: ze zag niet waar we naartoe liepen. Het mysterie was opgehelderd.
Maar, ... terwijl we de brancard in de ziekenwagen schoven viel het mij op dat ze een bril droeg. Wat was dat toch vreemd: een blinde draagt toch geen bril. Ik vroeg de dochter stilletjes of mevrouw ècht wel volledig blind was, waarop ze mij bevestigend antwoordde. Ik kon me niet bedwingen en stelde de vraag: "waarom draagt uw moeder dan bril als ze blind is?"
De verklaring was eigenlijk heel simpel. Het oude dametje draagt die bril al gans haar leven. Toen ze enkele jaren geleden door een hersentumor blind werd is ze die bril als het ware uit gewoonte blijven dragen. De dochter trok haar schouders op en zei in plat Gents: "ja, menière, ge weet oek wel oe da ouwe mense zijn, hé ..."
Toen we in het ziekenhuis aankwamen kon ik mezelf niet bedwingen en stelde de verpleegkundige de netelige vraag waarom een blinde mogelijks een bril zou kunnen dragen. Met gefronste wenkbrouwen antwoordde ze mij: "ja, jong, ... da's een goeie vraag !" ImprovisatieVorige nacht vierden de studenten "de 100 dagen". Dit betekent dat het schooljaar nog welgeteld 100 dagen duurt. Op dat moment wil je als ambulancier geen nachtdienst hebben in een stad als Gent.
Op een gegeven moment werden we naar de studentenbuurt (of beter gezegd: de cafébuurt) gestuurd voor een meisje met een hoofdwonde. De centralist van de dienst 100 zei terloops dat de ziekenwagen van het UZ naar diezelfde straat aan het rijden was voor een tweede oproep. Nu zijn wij ongeloofelijk snelle jongens, met als gevolg dat we als eerste ter plaatse kwamen. In het begin van de straat zat een meisje op de openbare weg met een astma-aanval. Zoiets maakt het natuurlijk moeilijk voor ons. Je kan maar moeilijk iemand met een astma-aanval voorbijrijden met de ziekenwagen, en je kan ook moeilijk in het begin van de straat blijven wachten, terwijl wat verder in de straat iemand met een hoofdwonde op de ziekenwagen wacht.
Op zo'n moment moet je dan improviseren. Mijn collega stapte uit met een fles zuurstof en ontfermde zich over het astma-patiëntje, in afwachting van de aankomst van de tweede ziekenwagen. Ikzelf reed met onze wagen door tot op de plaats van onze oproep. Terwijl ik dit deed werd ik bekogeld met lege blikjes en bekers bier. Ik maakte bij mezelf de bedenking dat ik "weer goe bezig" was, want het is bij de dienst 100 ten eerste streng verboden om alleen naar een oproep te rijden, en bovendien mogen we ook niet zonder politiebegeleiding die studentenbuurt binnenrijden, omdat onze ziekenwagens daar vaak beschadigd worden. Toen ik op de plaats van de oproep kwam bleek er niemand aanwezig te zijn met een hoofdwonde. Na wat rondvragen maakte iemand mij duidelijk dat het meisje in kwestie binnen in een horeca-zaak zat. Dus ging ik naar binnen, wat ook al niet echt katholiek is, want dat betekende dat ik mijn ziekenwagen alleen achterliet tussen een duizendtal dronken jongeren. Uiteindelijk kon ik het meisje lokaliseren en bracht ik haar samen met haar vriendinnetje naar mijn ambulance. Ik liet hen instappen en reed terug naar de voorkant van de straat, naar mijn collega. Alweer een regel overtreden: een patiënt vervoerd zonder begeleiding. Foei, foei, foei ...
Grappige antwoorden op domme vragenAls ambulancier stellen we vaak vragen aan patiënten, waar we dan de grappigste antwoorden op krijgen.
Een overzichtje:
Oproep voor een man die in een shopping-center van een trap gevallen is:
Ter plaatse aangekomen troffen we een nogal onverzorgde man aan met een hoofdwonde. - Vraag: "Waar woont u?"
- Antwoord: "Hier in het shopping-center."
Het bleek hier namelijk om een dakloze te gaan die tijdens de koude winterdagen in het shoppingcenter rond hangt.
Oproep voor een student die tijdens een vechtpartij een losse tand opgelopen had:
- Vraag: "Wat studeer je?"
- Antwoord: "Tandheelkunde"
Oproep voor een vechtpartijtje:
- Vraag aan de politie: "Mogen we het slachtoffer naar het ziekenhuis brengen?"
- Antwoord: "Neen, even wachten graag, ... uw slachtoffer staat geseind."
Oproep voor een patiënt met een hersenschudding:
- Vraag: "Welke dag zijn we vandaag?"
- Antwoord: "donderdag"
- En dan even later een bijkomende vraag van de ene ambulancier aan de andere: "Euh, zijn we nu eigenlijk donderdag? Ik weet het zelf niet ..."
Oproep voor een man die op zijn knieën probeerde naar huis te kruipen, maar zo dronken was dat hij er niet eens meer in slaagde om op zijn knieën zijn evenwicht te bewaren:
- Vraag van de ambulancier (en dat was ècht een heel domme vraag): "Hebt u gedronken?"
- Antwoord: "Gedronken? Ik? Neen, hoor !"
BeetgenomenDeze avond kregen we omstreeks 20u00 een oproep voor een soort fitness-zaal waar ook een dojo is voor gevechtssporten. Volgens het hulpcentrum 100 was daar iemand die vermoedelijk zijn knie gebroken had. Ter plaatse aangekomen zagen we twee jonge kerels op de tatami zitten. De ene trok een verbeten gezicht en hield zijn knie vast. Die andere zat er gewoon ontspannen bij. Wij knielden neer bij de man met het pijnlijke gezicht en vroegen wat er gebeurd was. "Oach, mijne knie,... man, pijn dat dat doet, ..." Terwijl we de knie van die jongeman bekeken sprong hij plots recht en zei lachend: "'Hah, we hebben u liggen: 't is voor mij niet maar voor hem", en hij wees naar zijn kompaan die naast hem zat.
Bij de neus genomen, dus. |
|
|